oekraïne

Wandelend in Odessa over de Deribasovskaja, de ‘koningin van alle straten’ - in de voetsporen van Vladimir Zjabotinski - 2

-----------------

Standbeeld Leonid Oetjosov

En verder wandel ik, over de Deribasovskaja, in de voetsporen van schrijver Vladimir Zjabotinski. Aan het begin van de vorige eeuw liep hij hier elke dag naar zijn werk. Hij vond het de mooiste straat van Odessa - sterker nog: van de hele wereld. Vanaf het begin, het laagste punt, ben ik inmiddels twee kruispunten gepasseerd (zie: deel 1) en ik moet zeggen: het botert nog niet zo tussen mij en de Deribasovskaja. Is dit nu de “koningin van alle straten”, zoals Zjabotinski schrijft in zijn boek Pjatero?

De derde zijstraat is de Jekaterinskaja; vlees noch vis, aldus Zjabotinski. De straat doet zich wel duur voor, maar daar trapt hij niet in. Het is vooral een doorgangsweg voor wandelaars die naar de boulevard willen en de beroemde trap “met de 198 granieten treden”. Pas veel later, in 1955, zou die trap de Potjomkintrap gaan heten. Dat getal van 198 is overigens enigszins raadselachtig. De trap telde aanvankelijk 200 treden, waarvan ze er later - toen Zjabotinski Odessa allang had verlaten - acht moest inleveren vanwege een uitbreiding van de haven beneden. En van graniet waren de treden tijdens Zjabotinski’s dagelijkse wandeling ook nog niet. Dat graniet kwam er pas in 1933, toen het originele zandsteen te veel was uitgesleten en moest worden vervangen. Zjabotinski schreef Pjatero in 1935 (het verscheen een jaar later). Zou hij van dat graniet hebben geweten en zijn herinnering bewust of onbewust hebben aangepast?

Ik loop de Jekaterinskaja in. Aan de rechterkant zaten hier in Zjabotinski’s tijd de overvolle terrassen van de koffiehuizen van Robin en Fankoni. Die namen zijn verdwenen, maar de terrassen zijn er nog - of wéér.*) In alle vroegte, met de zon nauwelijks een half uurtje op, zitten ze ook al aardig vol. Ik hoor een stevige dreun, zie bier (en waterpijpen) bij het ontbijt - en loop door. De beroemde trap, hier om de hoek, was indertijd bedoeld als deftige toegang tot de stad, niet bestemd voor het gewone volk. Dat trok zich daar weinig van aan en kwam vanaf de haven hier gewoon omhoog en vervolgde via de Jekaterinskaja zijn weg. De schilletjes van de zonnebloempitten die daarbij werden uitgespuugd, deden de aanblik van de straat geen goed.

Terug naar de Deribasovskaja. Het gedeelte tussen de Jekaterinskaja en de Gavannaja (wij herkennen het Nederlandse woord haven), legde Zjabotinski steevast af in een staat van gastronomische alertheid. Bijna automatisch ging hij aan de rechterkant lopen, want daar, op de binnenplaats van het lage, lange huis van Wagner (genoemd naar de eigenaar) bevond zich de taverne van Bruns (Брунс). Daar werden na theaterbezoek worstjes met aardappelsalade en bier genuttigd. Bij de doorgang naar die binnenplaats staat nu een man in kilt klanten een pub binnen te lokken. Misschien was dat vroeger de taverne van Bruns - op de binnenplaats zitten meerdere etablissementen, die elk de opvolger van Zjabotinski’s geliefde eetgelegenheid zouden kunnen zijn.

Voor het vroegere huis van Wagner

De Deribasovskaja is hier inmiddels verboden gebied voor auto’s. Dat doet de straat ongetwijfeld goed - maar ik geef me nog niet gewonnen. En dat gebeurt evenmin op het laatste stuk, naar de Passage, waar de krant van Zjabotinski was gehuisvest en waar zijn dagelijkse wandeling eindigde. Het aantal terrassen - met elk zijn eigen muziek - is overweldigend, net als de shoarmatentjes en souvenirkraampjes. Ik doe er de Deribasovskaja beslist geen recht mee, maar heel even komt het woordje Rokin bij me op. De straat waar Zjabotinski zo van hield, had in zijn tijd geen standbeelden. Tegenwoordig zit, schuin tegenover de Passage, zanger Leonid Oetjosov in brons gegoten op een bankje - dat maakt nog aardig wat goed.

Aan de kop, vlak bij de Passage

Zo’n vijftig meter voorbij de Passage ligt het Kathedraalsplein, waar, schrijft Zjabotinski, "de Deribasovskaja eindigde en in feite een andere wereld begon, met de straten in een andere richting en al de vage bijsmaak van de hier niet ver vandaan gelegen voorstadjes van de armoede - Moldavanka, Romanovka en Peresyp…”

Op het Kathedraalsplein

-----------------

Ik loop verder, de Moldavanka in, waar ik jaren geleden de indrukwekkendste ontmoeting had tijdens al mijn reizen door de Sovjetunie. Ik zwerf rond, weet niet meer zeker welke kant het Kathedraalsplein op is en vraag de weg aan een vriendelijk ogende man. Hij blijkt bij een krant te werken, bij de Zeeman van Oekraïne. We raken aan de praat en hij vertelt me dat helemaal aan het begin van de Deribasovskaja, op het binnenplaatsje bij nummer 3, een bijzonder beeld staat… Daarover hopelijk binnenkort meer. **) 

*) Nadere inspectie leerde dat de naam Fankoni, in moderne belettering, wel degelijk op één van de terrassen vermeld staat - en in Latijnse letters: Fanconi. Dat is dezelfde schrijfwijze als in de tijd van Zjabotinski, zo zag ik bij een bezoek aan het Streekmuseum (adres: Gavannaja 4). Zjabotinski transcribeert de naam in zijn boek naar het Russisch, waarbij de door de c weergegeven k-klank 'gewoon' een Russische k wordt.

**) Het betreft een borstbeeld van Ludwik Zamenhof, de bedenker van het Esperanto. Dat gaat verder geen stukje opleveren.

Deel 1

Wandelend in Odessa over de Deribasovskaja, de ‘koningin van alle straten’ - in de voetsporen van Vladimir Zjabotinski - 1

--------------

“Zodra ik een voet zette op die majesteitelijke grond, beving mij onmiddellijk een bijzonder besef, alsof zich iets had voorgedaan of dat mij een privilege ten deel was gevallen, en onbewust rechtte ik mijn rug en voelde even met een vinger of mijn das niet los was gaan zitten; ik weet zeker dat ik niet de enige was.”

Die ‘majesteitelijke grond’ is de Deribasovskajastraat in het Odessa van rond 1900, beschreven door Vladimir Zjabotinski in zijn boek Pjatero (vorig jaar verschenen in een Nederlandse vertaling van Otto Boele en Inge van Gemert, onder de titel Afscheid van Odessa). Zjabotinski (1880-1940) keert in het boek terug naar zijn jonge jaren in Odessa, lang nadat hij de stad aan de Zwarte Zee voorgoed heeft verlaten. Zjabotinski werkte er bij de krant Odessa Nieuws en elke ochtend liep hij over de Deribasovskaja naar de redactie, “over de volle lengte van die straat, de koningin van alle straten in de wereld”. 

Al draag ik dan geen das, ik loop de dagelijkse wandeling van Zjabotinski na over de Deribasovskaja, meer dan honderd jaar nadat hij er zijn voetstappen achterliet, meer dan tachtig jaar nadat hij in de emigratie zijn Pjatero schreef. 


Helemaal beneden, aan het begin van de iets oplopende Deribasovskaja, waar ik om de hoek in een appartementje verblijf met uitzicht op de kranen van de haven, valt weinig koninklijks te bespeuren. Het hangt er een beetje verloren bij, dit stukje straat, met open afvalcontainers langs het trottoir, een schutting waarachter iets verbouwd wordt en een enkel terras. Zjabotinski maakt er geen woord aan vuil, pas op het kruispunt met de “eerbiedwaardig-slaperige” Poesjkinstraat begint hij zijn wandeling. De oude tijd, zo schrijft hij, “toen graanhandelaren nog negotianten werden genoemd en zij in hun gesprekken Grieks met Italiaans vermengden”, lijkt hier op zijn laatste benen te lopen. Eens loog Zjabotinski tegen zijn vrienden dat hij een tijdje wegging uit de stad, om zich vervolgens op dit onopvallende kruispunt terug te trekken in een “groot hotel op de hoek”.    

Op welke van de vier hoeken was dat? Dat is raden, er is geen hotel meer te bekennen dat een aanknopingspunt zou kunnen vormen. Het gebouw op nummer 4 van de Poesjkinstraat was het zeker niet. Een gedenksteen op de gevel vermeldt dat hier aan het einde van de 19de eeuw burgemeester Grigori Marazli woonde - een woonhuis dus, en geen hotel. Tegenwoordig is hier een medische opleiding gehuisvest en elke morgen voordat de lessen beginnen, verzamelen zich op de stoep jongedames in witte jassen.


Het volgende kruispunt, met de Richelieustraat, was ten tijde van Zjabotinski’s dagelijkse wandeling het domein van banken en geldwisselaars. Het kan toeval zijn - weinig financiële instelingen hebben de revolutie van 1917 overleefd - maar op drie van de vier hoeken zit tegenwoordig een bank. Indertijd kon je buiten op de stoep, onder de acacia’s, terecht bij wisselaars met zwarte snorren, die je in elke gewenste taal te woord stonden en je netjes bedienden dan wel afzetten, schrijft Zjabotinski. Eens was hij er getuige van hoe twee aangeschoten jongelui plaatsnamen in het midden van het kruispunt en schel op hun vingers floten, zodoende het stopsignaal van agenten imiterend. Alle wagens en rijtuigen, “uit het noorden, zuiden, oosten en westen”, kwamen gehoorzaam tot stilstand en het duurde even voordat de orde op het kruispunt was hersteld.

Zelf ging ik er even op een bankje zitten om te luisteren naar een hevig dispuut tussen twee chauffeurs, van wie er eentje uit zijn auto was gestapt. Ik was niet zo geïnteresseerd in de afloop (de man die was uitgestapt had een honkbalknuppel in zijn hand), maar wilde graag weer wat nieuwe Russische woorden leren. Het vocabulaire van beide heren bleek echter beperkt (of dat van mij al redelijk uitgebreid) en ik besloot Zjabotinski maar weer eens achterna te lopen. Op naar het volgende kruispunt!   


Hier deel 2.

Een middagje voetbal bij Tsjernomorets in Odessa: garnalen, stagediven en een clublied met een klein Hollands accentje.

-----------------

Een stadion aan de Zwarte Zee en een clublied met een mooi Nederlands woord erin. Mag ik u voorstellen: Tsjernomorets - voetbaltrots van Odessa. Tsjernomorets, waar garnalen worden verkocht en de supporters gezellig zooien achter het doel.

Eerst even die garnalen. Ze lagen vlak bij de kassa’s, in twee bakken, zo te zien rechtstreeks aangevoerd van de visafslag. Zeg maar: de Zwarte Zeevariant van de kroket en de koetjesreep die wij vroeger bij een voetbalwedstrijd kochten. Storm liep het trouwens niet bij de mevrouw die het zeebanket verkocht, wat ook gold voor de wedstrijd zelf. Terwijl wij toch speelden tegen Aleksandrija, een heuse zespuntenwedstrijd.


Ik zeg niet zo maar wij, want sinds een dag was ik supporter van Tsjernomorets. Ik had namelijk het clublied ontdekt en dat bevat - niet eens zo vreemd voor een club uit een Russischtalige havenstad - een mooi maritiem woord uit het Nederlands: rede. Dat woordje was ik een paar dagen eerder al tegengekomen toen ik de spelersbus had zien staan, met achterop deze regels:


Ik wist toen nog niet dat die regels uit het clublied kwamen, want dat duikelde ik pas daags daarna op via de site van Tsjernomorets. Hier de complete versie van het lied. Ik vertaal alleen even de regels op de bus, want pure poëzie is het verder allemaal niet, en ik ben hier met vakantie.

ГИМН КЛУБА
слова и музыка: Валентин Куба.

Горячее сердце — как факел надежды,
Ведет нас к победе всегда.
Рокочут трибуны, команды на месте,
Вот скоро начнется игра.

Зеленое поле — родное до боли,
Прожекторов мощных огни,
Взорвутся трибуны, начало откроет,
Свисток основного судьи.

Черноморское солнце, черноморское небо,
«Черноморец» — команда моя,
Только сила и разум, только воля к победе,
Только крепкое братство плеча.

Над нами кружат белокрылые чайки,
И Черное море у ног.
Родная Одесса — как ты величава,
Футбольных истоков урок.

Мы чтим ветеранов и наши победы,
Останутся в наших сердцах.
И где б не стояла команда на рейде,
Мы будем играть до конца.
En waar de club ook voor de rede ligt
Wij zullen spelen tot het einde.

------------------

Ik liep eens een rondje rond het mooie, moderne stadion (Zorja Loegansk speelt er zijn Europese ‘thuiswedstrijden’) en belandde midden in een feestelijke ceremonie. Op de erelaan richting de hoofdingang werden twee nieuwe sterren in het plaveisel onthuld, waarvan eentje voor een bejaarde verzorger. Ik vond dat een mooi gebaar. Het wachten was nog even op de spelers van het eerste, en toen die waren gearriveerd, werd de ceremonie geopend met, jawel, het clublied.

Oud-verzorger Vladimir Sokolov


Het duurde al met al vrij lang, en de selectie stond nogal verveeld toe te kijken. Het leek me geen ideale voorbereiding op die zespuntenwedstrijd, die over vijf kwartier zou beginnen. 

Pjotr Pereverza en Aleksej Goblenko

Of het daardoor kwam weet ik niet, maar de eerste helft was nogal een matte vertoning. Pas na de rust kwam er wat leven in de brouwerij, ook op de tribunes, die hooguit voor een vijfde gevuld waren. Links van me, achter het doel van Aleksandrija, gebeurde iets wat ik nog nooit bij een voetbalwedstrijd had gezien. De supporters daar splitsten zich in twee groepen, waarvan de ene zich naar het vak ter linkerzijde van het doel begaf en de andere naar het vak ter rechterzijde. Even stonden de twee groepen stil, waarna de supporters op elkaar afrenden, tussen de rijen stoeltjes door, en zich in het midden van het vak achter het doel vrolijk op elkaar stortten - een gemoedelijk stoeien, wat in kringen van corpsstudenten zooien heet, als ik het goed heb. Er waren er zelfs die zich van een hogergelegen rij boven op de kluwen jongelui wierpen. Stagediven, maar dan voor supporters.

Mijn sympathie voor Tsjernomorets (bijnaam: de Zeelui) groeide met de minuut, en toen we ook nog op voorsprong kwamen (Gitsjenko, 57./e.d.) en Aleksandrija verder kundig van scoren werd afgehouden, was mijn middag helemaal goed.

Het meisje met de pet en de eeuwige vlam van Odessa

-------------

Ik dacht nog, op zoek naar een mooie foto, je loopt de verkeerde kant op. Links van me, beneden, lag de haven van Odessa, op deze vroege morgen al aardig in bedrijf. Er zat een spoorlijn tussen, bij het water kon ik niet komen. Het park rechts van me oogde met z’n bestofte bomen ook al niet aantrekkelijk.

Ik kwam uit bij het monument met de eeuwige vlam voor de Onbekende Matroos. Ik liep er wat omheen, vond het niet mooi, maar begreep opeens dat het met die foto wel goed zou komen.

In de verte zag ik een colonne jongens en meisje in matrozenkostuumpjes opvallend enthousiast mijn kant opkomen. Ze renden bijna en ik hoorde hun vrolijke stemmen. Kwamen die de wacht houden bij die Onbekende Matroos, net als vroeger in de Sovjetunie?


Nee, de jongens en meisje liepen met dweilen en bezems - ze kwamen de Onbekende Matroos schoonmaken. Eén van hen was de baas. Dat hoorde en zag je meteen. Ze had als enige een pet op, en geen baret, en gaf de commando’s. Ze droeg ook als enige een vuilniszak, waar de rest van de colonne de opgeveegde takjes en papiertjes in deponeerde. Ze had een walkietalkie aan haar riem, en ook nog een holster - leeg, neem ik maar aan. Ze droeg ook nog twee mooie, grote, witte pompoenstrikken in het haar, net als haar ondergeschikten - het oogde allemaal prachtig.

Ik ben vergeten te vragen wat voor opleiding ze volgden en wat de afkorting PV op hun mouw betekende. In elk geval liep er ook nog een man bij met een nog grotere pet, ook in marinekledij. Dat was de echte baas. Het meisje met de kleinere pet liep op hem af en zei nogal luid: “Staat u mij toe te rapporteren!” Het klonk een beetje overdreven, en dat vond het meisje dat achter mij takjes stond op te vegen kennelijk ook. Ze deed de stem perfect na, nog ietsje aangezet, maar wel een stuk zachter. Die ergerde zich kapot.


Het meisje met de kleine pet rapporteerde dat ze iets op de grond had gevonden. Haar baas stak het bij zich. Ik fotografeerde er ondertussen lustig op los, wat geen enkel probleem opleverde. Ik wil niet meteen generaliseren over die ‘vrolijke en gemoedelijke inwoners van Odessa’, maar even daarvoor had mijn gefotografeer al evenmin voor ophef gezorgd. Ik had aan twee dames op een bankje gevraagd of ik het hondje mocht fotograferen, dat onder het bankje verveeld zat te wachten. Dat was geen enkel probleem, één van de dames riep meteen enthousiast het beestje onder de bank vandaan - en bedierf daarmee het plaatje. “U bederft mijn foto!”, zei ik met een glimlach, waarop zij prompt, vrolijk lachend, de Russische oud-premier Tsjernomyrdin citeerde: “Хотели как лучше, а получилось как всегда!” (We wilden het beste, maar het resultaat was weer als altijd!).

Bij de Onbekende Matroos vroeg de baas met de grote pet op waar ik vandaan kwam. Ik antwoordde naar eer en geweten en hoewel ik al een kwartier in de weer was met mijn toestel, vreesde ik dat hij toch nog zou vragen wat ik hier eigenijk aan het doen was. Maar er kwam helemaal geen vraag, alleen een aardige mededeling: “Uit Holland? Dan is dit voor u.” En ik kreeg overhandigd wat het meisje met de kleine pet zojuist van de grond had geraapt, en waar ze zo gewichtig over had gerapporteerd. Het was een piepklein speldje, er stond op: ПРОФСОЮЗ РАБОЧИХ ТЯЖМАША CCCP (VAKBOND ARBEIDERS ZWAREMACHINEBOUW USSR). Een piepklein spoor van een land dat niet er niet meer is.


’s Middags liep ik weer langs de Onbekende Matroos, en plots klonk er muziek, vergezeld van een stem die - net als dat speldje - uit dat land van vroeger leek te komen. De stem maande ieder - in het Russisch - om de slachtoffers te gedenken die niet terug waren gekomen uit die oorlog van inmiddels lang geleden. In het Russisch dus, de voertaal hier in Odessa, maar ook de taal van het land waarmee Oekraïne nu, zeventig jaar later, in oorlog is.   

(Met excuses, ik had tot het einde van de muziek door moeten filmen.)

Oekraïense muren zijn rijk aan Sovjetmozaïeken, maar hoelang nog? "Laten we geen barbaren zijn."

-----------------------

Jevgeni Nikiforov heeft er inmiddels zo’n duizend verzameld – in de vorm van foto’s, wel te verstaan: Sovjetmozaïeken op muren van gebouwen in Oekraïne. Het is een ernstig bedreigde kunstvorm en de vraag is hoeveel van die mozaïeken er binnenkort nog over zijn.

Nikiforov, fotograaf van beroep, kreeg eind 2013 het verzoek of hij voor een hoofdstuk in het (Russischtalige) boek Oekraïense kunst uit de jaren zestig foto’s wilde maken van mozaïeken in Kiev. Nadat die opdracht was voltooid, werkte hij verder aan een eigen archief, dat inmiddels mozaïeken bevat uit zo’n 25 Oekraïense steden. De vrucht van zijn verzamelwoede wordt het boek Gedecommuniseerd: Oekraïnse Sovjet-mozaïeken, dat deze zomer moet verschijnen.

School 54, Marioepol

Instituut voor Nucleair Onderzoek, Kiev

Metrostation Patas Ukraina, Kiev 

Metrostation Patas Ukraina, Kiev 

Kreementsjoek

Bankgebouw, Krementsjoek

Bankgebouw, Krementsjoek

Instituut voor Kankeronderzoek, Kiev

Instituur voor Lagetememperaturenonderzoek, Kiev

De taferelen op de muren variëren van scholiertjes tot kosmonauten en van balletdansers tot kerngeleerden, maar hebben steeds één ding gemeen: ze bezingen de bijna onverbiddelijke opgewektheid waarmee de Oekraïense Sovjetburger opmarcheerde richting lichtende toekomst. Daarmee is meteen ook de kwetsbaarheid van de mozaïeken duidelijk: die toekomst bleek niet te bestaan en Oekraïne is op zoek naar een nieuw perspectief en een eigen identiteit – een proces dat door het gewapend conflict met Rusland (voorheen de voornaamste pilaar van het vijftien republieken tellende Sovjetbouwwerk) een zware extra lading heeft gekregen. Conservering van de mozaïeken behoort niet tot de prioriteiten.

Al helemaal niet sinds in april 2015 een wet werd aangenomen die het gebruik van communistische en nazi-symbolen verbiedt. Weliswaar laat die wet kunstwerken van voor 2015 ongemoeid (zie artikel 4.3.4), maar de meeste mozaïeken zijn nooit als kunstwerk geregistreerd. Nikiforov heeft dan ook haast met zijn inventarisatie. “Laat ons geen barbaren zijn en de geschiedenis ontkennen”, zo pleit hij voor het behoud van de vele kleurrijke taferelen op de Oekraïense muren.

Bovenstaande afbeeldingen komen uit een Engelstalig artikel over Nikiforov. Op zijn website zijn meer afbeeldingen te zien. Hij heeft ook een eigen Facebookpagina en een aparte pagina op Facebook die geheel gewijd is aan het te verschijnen boek. Onderstaande foto's komen van de twee FB-pagina's.  

-----------------


Nikiforov (Vasylkiv, 1986) studeerde aan de Geographic Photography College in Tel Aviv. Hij werkte als mode- en reportagefotograaf en legt zich sinds 2013 toe op documentaire projecten. Meer over hem leest u hier

Mij is niet duidelijk of zijn Decommunised: Ukrainian Soviet Mosaics in het Russisch of Oekraïens verschijnt. Hoe dan ook - ik heb het boek nog niet gezien, maar het lijkt mee geen boude uitspraak - verdient het een Westerse vertaling.





(Overigens zijn er nog veel meer fraaie mozaïeken te vinden op de site Soviet Mosaics in Ukraine. Het lijkt erop dat die site al geruime tijd niet is bijgewerkt. Of er een link is met Nikiforov en diens project, weet ik niet.) 

De steenberg van Sjachtar Donetsk - het Roda JC van Oekraïne. En 23 andere Sovjetstadions.

Sjachtar Sjachtjor Shakhtar Donetsk stadion mijnen steenberg

Ik stuitte op een liedtekst uit 1924 over een mijnschacht, ging op zoek naar de bijbehorende muziek, sloeg een zijweg in en kwam uit bij het oude voetbalstadion van Sjachtar Donetsk. Dat kwam zo: op een van de sites waar ik naar de muziek zocht, stond boven de liedtekst bovenstaande foto afgebeeld. 

Waarmee het lied onmiddellijk naar de achtergrond verdween en ik me stortte op het stadion van Sjachtar Donetsk. Die steenberg! (De tekst van het lied staat voor de volledigheid onder aan dit stukje, maar daar gaat het hier verder niet over.

Die steenberg dus, in het Russisch een террикон (terrikon). Was de wedstrijd uitverkocht of had je geen geld voor een kaartje, dan kon je daar terecht. Je had vanaf bijna de hele berg uitzicht op het veld, totdat er een tweede ring op het stadion werd gebouwd. Na die uitbreiding, in 1966, moest je hoger gaan zitten. Je maakte een trede, legde een plankje neer en je had een prima zitplaats. Vaste klanten van de bergtribune hadden hun eigen plekje.

mijnen voetbal Sjachtar Donetsk

Het eerste stadion op deze plek werd gebouwd in 1936 en was van hout. Het werd genoemd naar een hoge partijfunctionaris, Pavel Postysjev. Die viel niet al te lang daarna in ongenade, waarna het stadion – toepasselijk in deze omgeving van kolenmijnen - werd omgedoopt in Stachanovets. (Stachanov was de beroemdste mijnwerker van zijn tijd met prachtige productierecords.) Eind jaren veertig werd het houten bouwwerk vervangen door het stadion op de bovenste foto, dat bij de wat oudere Sjachtarsupporters – en bij liefhebbers van de Sovjetjaren vijftig zoals ik – zeer warme gevoelens oproept. Alleen de standbeelden al! Hieronder is er eentje te zien, links van de mooie trap. Ze stonden ook boven de doorgangen naar het veld.

stadion Sjachtar jaren vijftig standbeelden Oekraïne

Bij de bouw van de tweede ring sneuvelden de standbeelden en de toren. De berg bleef als extra tribune fungeren.

Tussen 2004-2009 speelde Sjachtar zijn wedstrijden in het stadion van Lokomotiv, in 2009 werd Donbas Arena de thuisbasis. Vanwege het oorlogsgeweld in Oost-Oekraïne werkt Sjachtar zijn thuisduels momenteel af in Lviv.

Aardig is dat op het clubembleem van de jaren vijftig ook steenbergen te zien zijn. Die ontbraken op het nog oudere embleem, toen de club nog, net als het stadion, Stachanovets heette. Op het huidige clubembleem staan twee hamers. Die vinden we ook terug in het gebaar van spelers naar de supporters.

Je zou verwachten dat ons eigen Roda JC, waar de oude band met de mijnen ook door hamers wordt gesymboliseerd, een speciale band heeft met Sjachtar Donetsk, maar daar is mij niets van bekend. 

 

Het oudste clubembleem

Het oudste clubembleem

 Hert huidige, met hamers

 

Hert huidige, met hamers

Spelers groeten de supporters

Spelers groeten de supporters


En tenslotte nog een aantal andere Sovjetstadions, die ik tegenkwam op een site die geheel is gewijd aan het voetbal in de USSR. Niet bij alle staat het jaartal of de naam van de bespeler. Mijn favoriete foto staat meteen vooraan: Odessa, ook weer met zo'n mooi, een beetje plomp, een beetje naïef standbeeld. De bespeler van dit stadion zal Tsjornomorets zijn  geweest, ik schat dat de foto uit de vroege jaren vijftig is. Op de laatste foto van onderstaande serie is trouwens te zien wat het droeve lot is van dit soort standbeelden.

 

En hier dat lied:

Шахта номер три
(сл. П. Германа муз. В. Кручинина)

Он был шахтёр, простой рабочий,
Служил в донецких рудниках,
И день за днём с утра до ночи
Долбил пласты угрюмых шахт.
Был одинок, вставал чуть свет,
Работал двадцать долгих лет,
При нем:

Многое видала,
Многое слыхала,
Многое узнала
Шахта номер три.

Пришла весна, а с нею Оля,
Проснулась крепкая любовь,
По вечерам тянуло в поле,
И горячей бурлила кровь.
Манил простор. Рябины куст,
Забор, скамья и свежесть уст...,
Тогда:

Многое видала,
Многое слыхала,
Многое узнала
Шахта номер три.

Но годы шли, росла Россия,
И вот однажды в феврале,
Над рудником одним впервые
Флаг ярко - красный заалел.
За ним – тут следом – рабочий сход,
Знамёна, лозунги, народ.
В те дни:

Многое видала,
Многое слыхала,
Многое узнала
Шахта номер три.

Настал террор – и белых банда,
Шахтёра взяли в руднике.
Сказали кратко: "Пропаганда!" -
И потащили в штаб к реке.
Допрос был прост: удар, наган
И кровь шести смертельных ран.
В ту ночь:

Многое видала,
Многое слыхала,
Многое узнала
Шахта номер три.

Уж много лет советской власти.
Заводы крепнут с каждым днём,
Шахтёра кровь скрепила части
Живою памятью о нём.
Спасая свой родной Донбасс,
Погиб шахтёр, но шахту спас.
С тех пор:

Многое видала,
Многое слыхала,
Многое узнала
Шахта номер три!

1924

Een anti-Russisch gedicht van een jonge Oekraïense, in Litouwen op muziek gezet. Hoe het vergif van Poetin zijn werk doet.

De Oekraïense Anastasija Dmitroek schreef een gedicht met een onaangename boodschap voor de Russen. Het gedicht werd opgepikt in Litouwen en daar op muziek gezet. Het zou een massaal gezongen strijdlied kunnen worden, in Oekraïne, Litouwen en andere buurlanden van Rusland.

Je mag hopen van niet.

De reacties in de Russische sociale media heb ik nog nauwelijks bekeken, die laten zich voor het grootste deel wel raden. Het is een lied waar je geen vrienden mee maakt. En wat het vooral is: een voorbeeld van de uitwerking van het gif dat door Poetin en zijn trawanten met zo veel venijn wordt verspreid.

Dan kan je wachten op zulke antwoorden. “Jullie zijn ontzettend groot, wij zijn groots”… “… vergeefs verbergen de ratten zich en bidden ze/ Ze zullen zich wassen in hun eigen bloed.”

Om eng van te worden.

 

NOOIT ZULLEN WIJ BROEDERS ZIJN.

(Tekst: Anastasija Dmitroek / Muziek: Virgis Pupšys / Gezongen door: Virgis Pupšys,Jaronimas Milius,Kęstutis Nevulis,Gintautas Litinskas

Никогда мы не будем братьями
ни по родине, ни по матери.
Духа нет у вас быть свободными –
нам не стать с вами даже сводными.

Nooit zullen we broeders zijn
Ons moederland, onze moeders zijn verschillend
Jullie hebben de geest niet om vrij te zijn
Zelfs halfbroeders worden wij niet

Вы себя окрестили «старшими» -
нам бы младшими, да не вашими.
Вас так много, а, жаль, безликие.
Вы огромные, мы – великие.

Jullie hebben jezelf tot “oudste” benoemd
Wij willen best “de jongste” zijn, maar niet van jullie
Jullie zijn met zo velen, een massa, een grijze helaas
Jullie zijn ontzettend groot, wij zijn groots

А вы жмете… вы всё маетесь,
своей завистью вы подавитесь.
Воля - слово вам незнакомое,
вы все с детства в цепи закованы.

Jullie zit anderen op de nek, … vinden maar geen rust
Jullie stikken in je eigen afgunst
Vrije wil – die woorden zijn jullie onbekend
Sinds jullie als kind in de ketens werden geslagen

У вас дома «молчанье – золото»,
а у нас жгут коктейли Молотова,
да, у нас в сердце кровь горячая,
что ж вы нам за «родня» незрячая?

Zwijgen is goud, bij jullie thuis
Bij ons ontsteken we de Molotov-cocktails
Ja, het bloed in ons hart is vurig
Wat zijn jullie voor familie, als jullie niks willen zien

А у нас всех глаза бесстрашные,
без оружия мы опасные.
Повзрослели и стали смелыми
все у снайперов под прицелами.

Maar bij  ons allen staan de ogen onverschrokken
Zonder wapen zijn wij gevaarlijk
Wij zijn volwassen geworden en dapper
Sluipschutters hebben ons allen in het vizier

Нас каты на колени ставили –
мы восстали и всё исправили.
И зря прячутся крысы, молятся –
они кровью своей умоются.

De beulen dwongen ons op de knieën
We zijn opgestaan en hebben alles rechtgezet
En vergeefs verbergen de ratten zich en bidden ze –
Ze zullen zich wassen in hun eigen bloed

Вам шлют новые указания –
а у нас тут огни восстания.
У вас Царь, у нас - Демократия.
Никогда мы не будем братьями.

Jullie krijgt nieuwe instructies toegestuurd -
Maar bij ons branden de vuren van de opstand
Jullie hebben een Tsaar, wij een Democratie
Nooit zullen wij broeders zijn

Anastasija Dmitroek is te volgen op Facebook.