voetbal

Het 49 jaar onopgemerkt gebleven Nederlands in de kleedkamer van het legendarische Kirov Stadion. (Nog wel tijdens de finale van een Europese bekerwedstrijd.)

----------------------

Hoeveel Sovjetfilms zijn er waarin een acteur behoorlijk Nederlands spreekt? En hebt u ons FC Zenit ooit in het rood zien spelen, de kleur van het vermaledijde Spartak Moskou? Ik kwam een film tegen waarin beide gebeurt, getiteld: Schot! Nog een schot!
 
Er zijn tal van prachtige Sovjet-films, maar Schot! Nog een schot! – hij stamt uit 1968 – behoort daar niet toe. Hij is net zo knullig en sullig als de titel doet vermoeden. Waarom schrijf ik er dan toch, en nog enthousiast ook, een stukje over? Dan moet ik eerst even uitleggen hoe ik de film op het spoor kwam. Regelmatig speur ik het net af op zoek naar kleurenfoto’s uit de jaren vijftig en zestig. Omdat ik daar een zwak voor heb. Dit keer leverde zo’n speurtocht ook een paar minuten bewegende beelden op, waar ik meteen recht bij overeind ging zitten. Beelden van spelers en vooral ook van publiek tijdens een voetbalwedstrijd uit de jaren zestig in het immense, iconische, maar inmiddels door een glad bouwwerk vervangen Kirov Stadion. En ook nog eens van een hoge kwaliteit. 


De achtergrond van de beelden had ik snel achterhaald. Het betreft een vriendschappelijke wedstrijd tussen FC Zenit en Dinamo Moskou, gespeeld op 10 juni 1967. Het duel werd gespeeld om ‘echte’ beelden op te leveren voor een speelfilm: Schot! Nog een schot! En die moest ik natuurlijk ook zien! In de film staan twee teams tegenover elkaar in de finale van een verzonnen Europees bekertoernooi, met als inzet: de Beker van de Noordelijke Zeeën. De twee – ook al verzonnen – teams zijn Zarja uit de USSR en Riffen uit … Ja, uit welk land komt Riffen eigenlijk? Voor de Russische kijker blijft dat onduidelijk, maar ik heb het ontdekt!

Eerst even over dat in het rood spelende Zarja. De spelers die in de ruime shots te zien zijn (waarbij ook de volle tribunes in beeld komen – zie het filmpje hierboven) zijn allen in werkelijkheid gewoon spelers van Zenit. Die voor de gelegenheid dus dat vloekende rood hadden aangetrokken. Bij de close-ups van spelers en spelmomenten (zonder tribunes in beeld - zie de complete film hieronder) zien we acteurs. 

En dan de tegenstander, Riffen. Op filmsites waar Schot! Nog een schot! wordt beschreven, staat over Riffen niet meer vermeld dan dat de ploeg afkomstig is uit de stad Norgaffen (Норгаффен) gelegen in "een West-Europees land". Norgaffen - het zal u niet verbazen - bestaat niet. De paar namen van spelers die genoemd worden, geven ook geen uitsluitsel: Ramke, Schmidt, Diks … Ik dacht aanvankelijk aan Duitsland, want de trainer van Riffen, genaamd Berger, is een Duitser. (Berger lag als Duitse soldaat in de loopgraven voor Leningrad. Pikant, natuurlijk, maar het scenario wordt er niet door gered.) Tijdens de film wordt echter duidelijk dat een eventuele beslissingswedstrijd zal worden gespeeld op neutraal terrein, in Hamburg… Riffen komt dus niet uit Duitsland.

En dan, vlak voor aanvang van de finale, in de kleedkamer van Riffen, overhandigt de assistent-trainer een lijstje aan Berger. En in onmiskenbaar Nederlands klinkt het: “De spelers van Zarja.” (Op 56.06 in de complete film hieronder.)  Ook in de rest van de film wordt er bij Riffen gecommuniceerd in het Nederlands. Af en toe gaat dat wat houterig. In de rust, bijvoorbeeld, zegt Berger tegen zijn elftal: “Attentie! Alles blijft bij het oude!” En in de tweede helft: “Speel heftiger!” Iets natuurlijker klinkt dan: “Hou het tempo laag in vredesnaam!” Dat Berger Nederlands spreekt, hoeft niet te verbazen. Eerder hebben we vernomen dat hij al vier jaar bij Riffen in dienst is.

Wat me wel verbaast, is dat nergens wordt gezegd dat Riffen uit Nederland komt. Niet in de (weinige) artikelen die ik over Schot! Nog een schot! ben tegengekomen, en ook niet in de film zelf. Terwijl je zou denken: dat Nederlands is toch een vrij duidelijke aanwijzing. Als je dan het land van herkomst vaag wilt houden, laat de acteurs dan een verzonnen taaltje praten.

De niet-geregisseerde, vriendschappelijke wedstrijd FC Zenit-Dinamo Moskou in het volle Kirov Stadion eindigde in 0-1. In de filmwedstrijd Zarja-Riffen wordt acht keer gescoord. Beelden van het ene doelpunt uit de echte wedstrijd worden gebruikt in de film. Op verzoek van de filmmakers speelde FC Zenit ook nog enkele van zijn reguliere competitiewedstrijden in dat foute, rode shirt, waarbij dan de tegenstander telkens het wit droeg van Riffen. Ik meen dat ook beelden uit een of meer van die competitieduels zijn gebruikt. (Voor nog een van die acht doelpunten? En zien we daar opeens een andere doelman bij Riffen?), maar om dat nou allemaal uit te gaan zoeken …

Vermeld kan nog worden dat Schot! Nog een schot! geen kassucces werd. In Moskou kon men wel lachen om de film. ‘FC Zenit’ dat een Europese beker wint, terwijl ondertussen … In werkelijkheid verliep het seizoen voor de ploeg uit Leningrad rampzalig. Degradatie ging op het laatste moment niet door, alleen omdat de hoogste divisie met twee ploegen werd uitgebreid. Het verhaal gaat dat dit gebeurde op dringend verzoek van de hoge partijbazen uit de stad. Want het kon toch niet zo zijn, dat in het jaar waarin het vijftigjarig jublieum van de Revolutie werd gevierd, de voetbaltrots van Leningrad, de wieg van die revolutie, zou afdalen naar het tweede niveau.

Hier de complete film. De prachtige toeschouwersbeelden zijn al bijeengebracht in de paar YouTube-minuten hierboven. Daarin ontbreken nog wel de mooie auto’s die in file op weg zijn naar het stadion (vanaf 54.23).


U gaat de film echt niet helemaal uitkijken, vandaar dat ik hier wel kan verklappen hoe hij afloopt. Al blijft het einde ongewis... De finale eindigt in 4-4. De laatste beelden zijn van de rust in de beslissingswedstrijd in Hamburg. Zarja leidt met 2-1 ...

In het stukje muziek helemaal aan het einde is trouwens nog een enkele maat verwerkt uit de Voetbalmars van componist Matvej Blanter. Die mars klinkt nu nog bij wedstrijden in de Russische hoogste divisie, wanneer de spelers het veld opkomen. (Dit schrijf ik onder enig voorbehoud. Ik ben al een tijdje niet meer bij zo'n wedstrijd geweest, en misschien is die muziek inmiddels ook gesneuveld, net als het Kirov Stadion.) 

50 jaar politie, Gouden Bal, Voor onberispelijke dienst – alle onderscheidingen van Lev Jasjin, voetballer en ijshockeyer.

-------------------------

Hebt u alle onderscheidingen van Lev Jasjin weleens op een rijtje willen zien? Dat zou me verbazen. Zelf had ik dat verlangen in elk geval niet, totdat ik deze foto van de legendarische doelman tegenkwam. Ik ging op zoek en hieronder vindt u het resultaat.

Ik was vroeger Jasjin, en niet allen buiten op straat. In mijn kinderkamer gooide ik de bal tegen de muur en ving die op met een geweldige snoekduik, die eindigde op het bed dat tegen diezelfde muur stond. Jasjin! Later was ik Jan van Beveren. Gaandeweg drong de realiteit zich op en ik werd – volledig rechtsbenig - linksback. (Overigens heb ik met dat ene rechterbeen ooit op een stoffig Moskous veldje vrijwel eigenhandig een compleet elftal van de Komsomol naar huis gespeeld. Eh, ja, daar zijn foto’s van – zie beneden.)
 

Maar eerst, ere wie ere toekomt, Lev Jasjin. De cijfertjes op de bovenste foto corresponderen met een bijgevoegd lijstje. Daarop staan ook de onderscheidingen die niet op die mooie, rode sjerp zitten. Dat zijn er nog eens elf. Op een ander lijstje kwam ik er nog eentje tegen uit het begin van Jasjins sportieve loopbaan, toen hij nog – wat niet veel mensen weten – ijshockeykeeper was.

De maker van eerstgenoemd lijstje kon onderscheiding nummer 9 niet thuisbrengen. Of beide lijstjes compleet zijn, weet ik niet. Ik heb me voor de eerste zestien onderscheidingen gehouden aan het lijstje bij de sjerp. Boven aan dat lijstje staat zonder nummer Held van de Socialistische Arbeid. Die ontbreekt ook op de sjerp. Jasjin kreeg die onderscheiding in 1990, het jaar waarin hij overleed. De foto dateert van een aantal jaren eerder.  
     

0. Held van de Socialistische Arbeid (1990)
1.  Leninorde (1967, 1990)
2.  Orde van het Rode Arbeidsvaandel (1957, 1971)
3.  Medaille Voor de herdenking van de 100ste geboortedag van Lenin. Ingevoerd op 5 november 1969. Aantal dragers: 11.000.000.
4.  Medaille Twintig jaar overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog 1914-1945. Ingevoerd 7 mei 1965. Aantal dragers: 16.399.550.
5.  Medaille 40 jaar strijdkrachten van de USSR. Ingesteld 18 december 1957. Aantal dragers: 820.080.
 

6.  Medaille 50 jaar strijdkrachten van de USSR. Ingesteld 26 december 1967. Aantal dragers: 9.527.270.
7.  Medaille Voor onberispelijke dienst, tweede graad.
8.  Medaille voor Onberispelijke dienst, derde graad.
9.  (Deze onderscheiding op de sjerp kon niet worden thuisgebracht)
10. Sportieve manhaftigheid. Ereteken van de Komsomol, ingesteld in 1968.
11. Gouden medaille winnaar Europees Kampioenschap 1960
 

12. Zilveren medaille finalist Europees Kampioenschap 1964.
13. Gouden medaille Olympische Spelen 1956.
14. Herinneringsmedaille vierde plaats Wereldkampioenschap 1966.
15. Vijf gouden medailles kampioenschap USSR – 1954, 1955, 1957, 1959, 1963.
16. Vijf zilveren zilveren medailles Kampioenschap USSR
 

- Medaille Dertig jaar overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog 1914-1945. Ingevoerd 25 april 1975. Aantal dragers: 14.259.560.
- Medaille Veertig jaar overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog 1914-1945. Ingevoerd 12 april 1985. Aantal dragers: 11.268.980.
- Medaille Voor manhaftige arbeid tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog 1941-1945. Ingesteld op 6 juni 1945. Aantal dragers: 16.096.750.
- Medaille Veteraan Strijdkrachten USSR. Ingesteld 20 mei 1976. Aantal dragers: 800.000
- Medaille Zestig jaar Strijdkrachten USSR. Ingesteld 28 januari 1978, aantal dragers: 10.723.340.
 

- Medaille Zeventig jaar Strijdkrachten USSR. Ingesteld 28 januari 1988. Aantal dragers: 9.842.160.
- Medaille 50 jaar Sovjet-politie. Ingesteld 20 november 1967. Aantal dragers: 409.150.
- Medaille 800-jarige bestaan Moskou. Ingedsteld 20 september 1947. Aantal dragers: 1.733.400.
- Medaille Voor onberispelijke dienst eerste graad.
 

- Zilveren olympische orde (1986)
- Gouden Orde van verdienste, FIFA (1988)
- Gouden bal voor beste voetballer van Europa (1963)
- Gouden medaille bekerwinnaar ijshockey USSR ijshockey (1953)

-------------------

 

20171128_101521.jpg

Moskou, juli 1978 - In een wedstrijd tegen een lokale afdeling van de Komsomol buigen Nederlandse toeristen een 1-5 achterstand om in een 6-5 overwinning. Man van de wedstrijd was Egbert Hartman, die drie (of misschien zelfs vier) treffers voor zijn rekening nam. Hier heeft hij zojuist de winnende langs de vergeefs duikende doelman tegen het net geschoven.  

Op één in mijn top drie van Samara: het Dinamo stadion in de voortuin van de kathedraal

-----------------


Gaat het me lukken? Zal ik op tijd zijn? Zal ik op die prachtige vip-tribune plaats kunnen nemen, al is het maar voor even? Of stuit ik op een hoog en onverbiddelijk gesloten hek?

Komend voorjaar hoop ik Samara, stad aan de Wolga, te bezoeken. Boven aan mijn lijstje met niet te missen bijzonderheden daar staat het Dinamo stadion (gevolgd door de bunker van Stalin en het Huis met de olifanten). Het werd gebouwd kort na de oorlog, toen Samara nog Koejbysjev heette, op een plek waar ooit een kerkhof was, ongeveer in de voortuin van de belangrijkste kerk van de stad. Veel eerbied voor godshuizen had men in die jaren niet. 

Lang zal ik naar het sportcomplex niet hoeven zoeken, het ligt pal in het centrum, vlak bij het station – kan niet missen. Nee, het gevaar schuilt in iets heel anders: een voor komend jaar aangekondigde renovatie. Is die al gaande tijdens mijn verblijf, is het stadion veranderd in een bouwput, dan kan ik mijn plannetje – tevens mijn belofte aan de lezer, gedaan in een eerder stukje – wel vergeten: plaatsnemen op die vip-tribune. Hier ziet u hem, in de jaren vijftig.


Die renovatie komt niets te vroeg. En zelfs indien mij er de weg door wordt versperd, moet ik eigenlijk alleen maar blij zijn. Blij dat zo’n relict uit het sportverleden van de USSR op waarde is geschat en behouden blijft voor de toekomst. Want hoe droevig is niet deze aanblik:


Je kan het je nauwelijks voorstellen, maar ooit boden de houten banken (alleen mijn vip-tribune was van steen) plaats aan 22.000 toeschouwers. In 1944 werd tot de bouw besloten. Die ving aan in 1945, er werden Duitse krijgsgevangenen bij ingezet en drie jaar later, op 3 september 1948, gingen de poorten open voor de eerste voetbalwedstrijd. De lokale trots Krylja Sovetov ontving Dinamo Kiev en won, dankzij een treffer van Nikolaj Zajtsev in de 72ste minuut, met 1-0. In Koejbysjev had de sportclub Dinamo, in tegenstelling tot haar bloedbroeders in bijvoorbeeld Moskou, Tbilisi en Kiev, geen sterke voetbalafdeling, en Krylja Sovetov werd de hoofdbespeler van het nieuwe stadion. Dat duurde tot 1970, toen de club verhuisde naar stadion Metalloerg.

En al die tijd stond daar braaf aan het korte eind van het veld, achter een van de doelen, die kerk, de Pokrovski kathedraal. De geschiedenis daarvan gaat terug naar het begin van de negentiende eeuw, toen zich hier het stadskerkhof bevond – met een houten kerkje. Het kerkhof werd in 1857 gesloten en rond diezelfde tijd werd met geld van de kooplui Anton en Jemeljanov Sjichobalov de houten kerk vervangen door een nieuwe van steen. Bij wijze van dank kregen de Sjichobalovs een familiegraf op het terrein van de kerk. Uiteraard kunnen zij komend voorjaar op een bezoek van mij rekenen. 

De Pokrovski kathedraal overleefde de Sovjet-periode. Enkele jaren was het de enige kerk in Koejbysjev waar nog diensten werden gehouden. Toch ging het nog bijna helemaal mis. Op 7 november 1977, toen stad en land het 60-jarig jubileum van de Oktoberrevolutie vierden, werd er brand gesticht. De muurschilderingen uit de vorige eeuw en bijna alle iconen gingen verloren.

Het stenen hoofdgebouw van het stadion (niet de vip-tribune dus), aan de korte kant waar ook de kerk staat.

Maar het is niet die kerk die mij trekt, het is de voetbalhistorie vermengd met de Sovjet-geschiedenis. De sportarchitectuur van de jaren veertig, vijftig. De statige hoofdingang, het Dinamo-symbool boven de poort, de kleine grandeur van die stenen vip-tribune. Wie zaten daar, zogenaamd te midden van het volk? Wanneer ging ook het bovenste balkon open en wie zaten daar dan? En wat speelde zich af in de rust en na afloop? Er zal toch vast een buffet klaar hebben gestaan voor de onaantastbaren van de stad – al waren die 'onaantastbaren' tot maart 1953 hun leven net zo min zeker als die 22.000 toeschouwers op de houten tribunes. Ik wil door de Dinamo-poort naar binnen, tussen de houten bankjes doorlopen, naar die blauw-witte tribune. En wie weet, dat balkon …

En nou maar hopen dat de renovatie van het Dinamo stadion pas begint na mijn bezoek aan de stad.

Of zou ik in de winter gaan? Kijk nou, wat een beelden. Er gaat er eentje onderuit. Gebeurt dat aan de andere kant, dan vlieg je zo de kerk binnen.  

Hoe Polina in een rolstoel een cadeau kreeg van Ronaldo - en ik een cadeau van haar moeder

----------------


Polina Chajeredinova is tien jaar, zit in een rolstoel en werd afgelopen week door Cristiano Ronaldo in het stadion van Spartak Moskou het veld opgereden. Cristiano is de aanvoerder van Portugal en dat speelde tegen Rusland.

Polina – ze was sinds een paar dagen, zo vertelde ze na afloop, fan van Ronaldo -  had zich goed voorbereid. Ze had een polsbandje gehaakt in de kleuren van de Portugese vlag om de Portugese aanvoerder cadeau te doen. Die waardeerde dat zeer en gaf Polina zijn trainingsjack. Voor wie niet zo thuis is in het voetbal: dat is een vrij gewild object.

Nu had ik graag beelden van dat moment willen laten zien, maar dat mag dus niet, want die zijn van de FIFA. Daarvoor in de plaats – ook niet mis – beelden van een dolgelukkige Polina tijdens de wedstrijd.

Haar Ronaldo had Portugal inmiddels op 1-0 gezet, en iedereen die nu zegt dat dat echt niks te maken heeft met dat polsbandje, heeft ongelijk. Goed, akkoord, hij droeg het niet tijdens de wedstrijd, maar, geloof mij, Ronaldo speelde echt opvallend geïnspireerd!   

Hier nog een kort filmpje – ontsnapt aan de aandacht van de FIFA - waarop we Ronaldo en Polina wel het veld zien opkomen (vanaf 0.14), maar de uitwisseling van de cadeaus is er niet op te zien.


En hier ook nog een compilatie van foto’s. Polina zit alleen in de eerste dertig seconden. Als u het leuk vindt om naar Ronaldo te kijken, de compilatie gaat nog twee minuten door.


Niet alleen Polina en Ronaldo kregen een mooi cadeau, ik ook! Van Polina’s moeder. Die vertelde dat Ronaldo voor de wedstrijd helemaal niet in de stemming was geweest, want hij was met een heel onvriendelijk gezicht bij het stadion aangekomen! Waarna elke voetballiefhebber meteen begrijpt dat Polina’s moeder zelden naar voetbal kijkt, want Ronaldo is nog nooit met een vriendelijk gezicht bij een stadion aangekomen. Volgens Polina’s moeder – en eigenlijk ook wel volgens mij – was het aan Polina te danken dat er een glimlach doorbrak op het gezicht van de grote voetbalster: “Полина его заулыбала!” Of het helemaal correct Russisch is, weet ik niet zeker – maar ik kende het werkwoord niet in deze vorm en het klinkt geweldig. Een mooi taalkundig cadeau. Bedankt Polina’s moeder, bedankt Ronaldo en bedankt Polina!  

(Het filmpje met het cadeautje voor mij kan ik hier niet plaatsen, daarvoor moet u even kijken op de site van RT. Polina’s moeder begint vanaf 0.58.)

 

Hoe ik in Sint-Petersburg stuitte op een stukje (dramatische) Ajax-geschiedenis, maar daar pas thuis achterkwam - 2

---------------------

Dukla Praag-Ajax, met links (moet ik dat erbij zetten?) Johan Cruijff)


De twee dames van het antiquariaatje wisten het zeker: dat voetballertje komt uit de Sovjetunie. De vondst van het glazen mannetje in een rood-geel voetbalshirt was een blijde bijvangst bij een rondleiding door de prachtige Kunstacademie van Sint-Petersburg (zie deel 1). Rechts van de ingang bevindt zich daar een klein winkeltje met oude boeken, vooral – uiteraard – kunstboeken. Nu verkopen veel Russische antiquariaten ook poppetjes en beestjes (bijna altijd van porselein), maar een voetballertje in een Kunstacademie, dat verwacht je niet.

Doorgaans zie ik op ongeveer een kilometer afstand of iets van Sovjet-makelij is. Nu stond ik met mijn neus boven op dit voetballertje en helemaal niets wees in de richting van de USSR – behalve, hooguit, de locatie: we bevonden ons tenslotte in de voormalige USSR. Dat shirt ook, wie speelde er nou in geel-rood? De enige ploeg die ik zo gauw kon bedenken was Arsenal Toela.

Thuis in Nederland ging ik op onderzoek uit en ontdekte binnen een paar minuten dat de verkoopsters van het antiquariaat misschien best verstand hadden van kunst, maar niet van voetbal. Dukla Praag, dames!

Nou had ik dat eerlijk gezegd ook zelf wel mogen weten, al geldt voor mij dan weer als excuus dat mijn eerste en enige – en overigens zeer onaangename – ontmoeting met deze club zich had afgespeeld in zwart-wit. Dat was in maart 1967. Ajax had in de tweede ronde van de Europa Cup Liverpool van de mat geveegd, waarna in de kwartfinales het aanzienlijk minder hoog aangeslagen Dukla Praag wachtte. Dat kon geen probleem zijn – maar dat werd het dus wel. Ik ga daar op deze plek verder niet al te diep op in (alleen nog met een filmpje onderaan), dit is een blog over Rusland en niet over traumatische jeugdervaringen voor een tv in een huiskamer in Vlaardingen.

Er stonden wat vervaagde, slecht leesbare lettertjes op het rode shirtje, die ik eerst aanzag voor reclame. Dekla? Dupla? Iets Belgisch misschien? Een oud shirtje van KV Mechelen? Ik wilde al googelen op ‘Dekla rood geel voetbalshirt’, maar toen viel het kwartje. Tuurlijk, die prachtige shirtjes! Daar had ik onlangs nog foto’s van gezien. Foto’s die mijn herinneringen in zwart-wit opeens hadden voorzien van een kleurtje. (Dat het shirtje op de foto’s meer naar paars neigt dan naar het rood van mijn poppetje, nou ja.)

Tonny Pronk


Vrijwel zeker is het poppetje afkomstig uit Železný Brod, een belangrijk glascentrum in Tsjechië. Ontwerper en maker Jaroslav Brychta speelde daar in de vorige eeuw een grote rol. Of mijn voetballertje een ontwerp van hem is, weet ik niet. De voetballertjes van onderstaande compositie, getiteld Tsjechoslowakije – Zweden, zijn dat in elk geval wel. Ze ogen verfijnder dan mijn ene exemplaartje. Ze ademen de sfeer van de jaren vijftig, misschien zestig. Wat de aanleiding is geweest om juist een wedstrijd tussen Tsjechoslowakije en Zweden uit te beelden, weet ik ook al niet. In die jaren (en ook in de jaren twintig en dertig) speelden beide landen uitsluitend vriendschappelijke duels tegen elkaar, zeker geen finale op een groot toernooi of zoiets.  


Brychta overleed in 1971, relatief kort dus na die wedstrijd van Dukla Praag tegen Ajax. Ik durf op grond daarvan geen datering (‘niet na 1971’) aan van dat voetballertje hier in mijn kast. Maar stel dat Brychta het wel heeft gemaakt, dan heeft hij zich vast laten inspireren door die overwinning op Ajax! Die mij dan uiteindelijk niet alleen een voetbaltrauma, maar ook, heel wat jaren later, een mooi glazen beeldje heeft opgeleverd.

---------------------

Voor de voetballiefhebbers hier nog mooie filmbeelden (beter van kwaliteit dan onze tv-opnames van toen) van de wedstrijd Dukla Praag – Ajax. De Amsterdamse supporters worden na afloop even mooi te kijk gezet. Ook kreeg ik nu eindelijk te zien – veel beter dan indertijd thuis op de tv – hoe vlak voor tijd dat eigen doelpunt van Frits Soetekouw erin vloog. En die speler met het brilletje op de foto boven, trapt de bal dan nog even heel gemeen een keertje extra het doel in.

 

En dat allemaal dankzij een bezoek aan de bibliotheek van de Kunstacademie aan de Neva in Sint-Petersburg.  

Hier deel 1

Hoe ik in Sint-Petersburg stuitte op een stukje (dramatische) Ajax-geschiedenis, maar daar pas thuis achterkwam - 1

-------------------

De bibliotheek van de Kunstacademie

We hadden een bezoek gebracht aan de mozaïek-werkplaats van de Kunstacademie in Sint-Petersburg (zie mijn eerdere stukje) en nu was de bibliotheek aan de beurt. Ik had graag nog een uurtje langer in die werkplaats willen rondsnuffelen, met z’n rommelige hoekjes, laatjes en vitrines, tussen de medewerkers die met hun hamertjes prachtige tikgeluidjes produceerden. Wat was op deze plek veel moois gemaakt! Alleen al die decoraties voor de Moskouse metro! Ik dacht: als je hier met een bezem één veeg onder een kast doet, haal je zo een paar steentjes tevoorschijn die ooit nog door de grote Vladimir Frolov zijn bewerkt, die toen van zijn werktafel zijn gerold en verder vergeten.    


Maar we moesten door, naar de bibliotheek van de Kunstacademie, buitenom, via de hoofdingang aan de Neva. Ik was hier al eens eerder binnengelopen (ik stond ooit op het dak) – wat een leuk gebouw! Smalle, hoge gangen, deuren van lesruimtes met spannende opschriften (“Monumentale Schilderkunst”), onverwachte doorgangen, een gietijzeren trap en een compleet kerkje. En, bij de ingang, een winkeltje met oude boeken. “Egbert, een voetballertje!”, riep een van mijn medecursisten, die op de hoogte was van mijn liefde voor Sovjetvoetballertjes. Veel Russische antiquariaten hebben naast boeken ook een paar planken met porseleinen allerlei, en zo ook hier. Achter glas stond inderdaad een voetballertje. Maar zo eentje had ik nog nooit gezien. Hij was van glas – mijn voorkeur gaat uit naar porselein - en had weinig Sovjets. Maar het was wel een voetballertje. “Komt ie uit de Sovjetunie?” vroeg ik aan de twee verkoopsters, op zoek naar een extra rechtvaardiging voor de aankoop waartoe ik allang had besloten. “Jazeker”, zeiden ze, “maar meer weten we er niet van.” “Als ik terugkom van onze rondleiding, neem ik ‘m mee”, antwoordde ik.

We gingen naar de bibliotheek. Daarvoor moesten we eerst langs de mevrouw van de garderobe. Die was meteen erg uit haar humeur, daar in haar bijna lege domein, want ze vond dat ze weleens ingelicht had mogen worden over de komst van een groep van tien man. Daarna gingen we dus die mooie gangen door, met de trap naar boven, om in de prachtige bibliotheek te belanden – een klein cultuurtempeltje, met statige tafels, folianten achter glas en ontelbaar veel kaartenbakjes die nooit vervangen mogen worden. Er werd ons van alles verteld over de geschiedenis van de bibliotheek, maar daar bleef weinig van hangen bij mij, want ik keek vooral naar dat meubilair.


En opeens was ik erg boos op mezelf. Dom, dom dom! Had daar nou een foto van gemaakt! Van die piratenvlag in de mozaïek-werkplaats! Die hing daar als een soort gordijn om een kantoortje af te scheiden. En nu, in de bibliotheek, herinnerde ik me plots een nieuwsberichtje ergens in de jaren negentig, op de lokale radio, dat “vandalen” op het dak van de Kunstacademie een piratenvlag hadden gehesen. Ik had kort daarvoor op dat dak gestaan, maar met die vlag had ik, eerlijk waar, niets te maken. De medewerkers van de mozaïek-werkplaats misschien wel! Ik kon het ze niet meer vragen, want ik stond nu in de bibliotheek naar die kaartenbakken te kijken.

Toen was de rondleiding voorbij, konden we zonder verdere incidenten onze jassen ophalen en ging ik bij het winkeltje met oude boeken en porselein (en glas) mijn voetballertje halen. Dit is ‘m.


Ik kreeg ‘m heel naar Nederland (geen geringe prestatie) en daar kon ik op onderzoek uit. Wat was dit nou voor beeldje? Wat ik ontdekte, voerde me terug naar 1967, naar een uitwedstrijd van het in opkomst zijnde Ajax. Er was iets groots in de maak met dat elftal, dat voelde je, maar toen, die middag in een Oost-Europees land, ging het op dramatische wijze nog even heel erg mis. 

Hier deel 2

De tweede testwedstrijd in het nieuwe stadion van FC Zenit: een nederlaag met prachtige muziek

----------------


Het hoogtepunt van onze wedstrijd tegen Terek Grozny, in ons gloednieuwe stadion, zat meteen aan het begin. De laatste keer dat ik een thuiswedstrijd van FC Zenit bezocht, was - ik schrijf het met enige schaamte - een hele tijd geleden, en toen werd het Russische volkslied nog gespeeld. Dat gebeurde nu niet, maar opeens klonk er wel een ander lied. 9 mei is aanstaande, de dag waarop in Rusland het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt gevierd. En daarom klonk tijdens de eerste minuten van de wedstrijd vanaf de tribunes de mars Dag van de Overwinning, een van mijn favoriete stukjes Sovjet-muziek:  


Alle kaartjes voor de wedstrijd tegen Terek waren verkocht, had ik ’s ochtends gelezen op de site van FC Zenit. Stadion Sint-Petersburg telt ruim 68.000 plaatsen, maar omdat er nog van alles wordt getest en uitgeprobeerd, mochten er maar 35.000 toeschouwers in. Bij de eerste ‘testwedstrijd’, twee weken geleden tegen FC Oeral (2-0), waren dat er 20.000 geweest. Maar klopte dat wel, van al die verkochte kaartjes? Ik was behoorlijk vroeg, maar de ruimte voor het stadion oogde ongewoon leeg en bij de kassa’s stond een bescheiden rij; er waren duidelijk nog kaartjes te koop.

Ook binnen, met de wedstrijd op het punt van beginnen, vertoonden de opengestelde tribunes veel lege plekken. Het zal gewenning zijn geweest, mensen die hun weg nog moesten vinden, of de controles bij de ingang, want na een kwartiertje zat het alsnog vol. De laatkomers hadden wel mooi die mars gemist! Aardig detail daarbij nog: iedereen van de harde kern achter het doel droeg tijdens die mooie uitvoering een keurig, blauw jack. Pas nadat ze uitgezongen waren, kwamen de sjaaltjes en vlaggen tevoorschijn.

Maar goed, we speelden vandaag tegen Terek Grozny. Er moest gewonnen worden om nog een heel, heel klein beetje zicht te houden op de landstitel. Buiten, op de lange Vriendschap der Stedenlaan richting het nieuwe stadion, leek niemand daar echt mee bezig. Nee, het was dat stadion, dáár ging het om vandaag. Eindelijk, eindelijk was het dan klaar. Werden er ooit bij de bouw van een voetbaltempel zo veel obstakels overwonnen? Moest de begroting ooit zo vaak worden bijgesteld en de oplevering van zo’n bouwwerk zo vaak uitgesteld?  

Stadion Sint-Petersburg (zo heet het voorlopig, mogelijk wordt het uiteindelijk vernoemd naar FC Zenit of Gazprom) groeide de afgelopen jaren uit tot één van de symbolen van Russische corruptie. Nog onlangs stuurde politieke activist Aleksej Navalny een venijnig filmpje de wereld in, waarin hij het bouwwerk - niet ten onrechte - omschreef als een bodemloze bron van corruptie. En dan te bedenken - zo voegde hij eraan toe - dat het dak lekt en de constructie om het veld het stadion uit te rollen niet functioneert: 


Of het dak lekte, kon ik niet controleren, want het stond wagenwijd open. Maar dat van die grasmat is onzin. De uitrolconstructie is niet defect, nee, op de plek buiten waar de grasmat naartoe gerold moet worden, wordt een perscentrum gebouwd voor het toernooi om de Confederations Cup van komende zomer. Dat twee verdiepingen tellende perscentrum blijft daar staan voor het WK van 2018, dan wordt het afgebroken en daarna pas kan het gras het stadion worden uitgerold. Dat is geen overbodige luxe, want het veld zag er nu bar slecht uit. De grasmeesters van FC Zenit hebben een prima reputatie, maar het zal nog een hele klus worden om de boel voor aanvang van de Confederations Cup op orde te krijgen. Rusland opent het toernooi op 17 juni met een wedstrijd in Stadion Sint-Petersburg tegen Nieuw-Zeeland. 


Nog een waarschuwing voor wie het stadion gaat bezoeken: met een rugzak kom je niet naar binnen. Ik werd tegengehouden door een vriendelijke mevrouw bij de ingang. Ze verwees me naar twee keten, driehonderd meter terug, waar je te grote tassen in bewaring kon geven. De ene keet was voor Zenit-supporters, de andere voor die van de tegenstander. Ik koos voor de tweede, want die was het dichtstbij en ik vermoedde dat de rij daar na afloop een stuk korter zou zijn. Ik mocht er mijn rugzak achterlaten. Terug bij de ingang zei ik tegen de mevrouw dat ik bij de keet voor de tegenstanders was geweest en dat ik nu dus officieel supporter was van Terek Grozny was. “Aai, aai, aai!”, zei ze geschrokken, en ze liet me vriendelijk door.     

--------------

We verloren met 1-0, wat ongetwijfeld tot vreugde leidde in Moskou. Want daarmee was dat Spartak daar kampioen.