Majakovski aan de muur. Mijn wandelingen met tekenares Alisa Joefa.

----------------


Al een aantal jaren volg ik een vrij heldere richtlijn: geen nieuwe spullen meer in huis! Nu ben ik in mijn kleine huishouden de enige die daarop toeziet, wat het eenvoudig maakt om die richtlijn af en toe te vergeten. Zo kocht ik dit jaar in Parijs een boekje dat licht geeft wanneer je het openslaat (echt design!) en op de rommelmarkt in Kazan viel ik voor een metalen kantelkalendertje (nog uit de Sovjetunie!), dat ‘klik’ zegt, wanneer je de volgende datum naar voren laat vallen. En nu – het zal wel, die richtlijn – moet ik bovenstaande tekening ik aan de muur hebben.     

Ze is gemaakt door Alisa Joefa (Алиса Юфа), een zeer productieve kunstenares, geboren in Novosibirsk en sinds een aantal jaren woonachtig in Sint-Petersburg – in een kommoenalka, naar het schijnt. Kenners van Sint-Petersburg hadden op de door mij zeer begeerde tekening natuurlijk meteen het interieur van metrostation Majakovski herkend.  


De tekening is niet representatief voor Joefa’s werk. Zou het om een tekenfilm gaan, dan hoorde je er ongetwijfeld aanzwellende, angstaanjagende muziek bij. Misschien zouden de deuren achter het meisje plots opengaan en zou ze achterover vallen op de rails van de metro, begeleid door de holle lach van Majakovski. Of hij zou misschien van de muur komen, zonder lichaam, maar met dat enorme hoofd, en dreigend afgaan op het meisje, dat met grote ogen van schrik zou verdwijnen in zijn schaduw, die opeens de vorm had aangenomen van een pistool – een verwijzing naar de zelfmoord van de dichter. Zoiets. Ook veel andere tekeningen van Joefa nodigen uit om er een verhaal bij te verzinnen, maar dat zijn vrolijke verhalen, absurdistisch soms, met een lichte sprookjessfeer, steeds met een glimlach, ver weg van die kop van Majakovski.     


Joefa (1987) illustreerde kinderboeken en verhalen van Sergej Dovlatov, maar de meeste van haar tekeningen lijken toch ‘gewoon’ uit haarzelf te komen. Alles verandert onder haar lichtvoetige blik in een onderwerp dat zich op papier laat zetten. Ik beperk me hieronder voornamelijk tot de straten van Sint-Petersburg. Al een tijdje ben ik daar niet meer geweest (ik richt me bij mijn Ruslandreizen wat meer op de provincie), maar misschien is het een idee dat ik weer eens terugga naar die stad. En dat ik dan samen met Alisa lange wandelingen ga maken, en dat zij dan mooie tekeningen maakt en ik mooie foto’s. En dat die dan naast elkaar komen te hangen. In die kommoenalka. (Wat ik al zei: ze nodigt uit tot het verzinnen van verhalen met een sprookjessfeer.)    

Nou ja, eerst maar eens kijken of ik haar digitaal kan bereiken. Ik wil graag weten of die tekening met Majakovski nog te koop is.

-------------------


Joefa heeft geen eigen site, maar google op haar naam en je komt een overweldigende hoeveel tekeningen tegen. Deze bijvoorbeeld, een portret van Fazil Iskander. Ik vind 'm niet echt geweldig, maar het bracht me wel op een idee. Ze moet natuurlijk het verzamelde werk van Iskander illustreren!

Maar eerst die wandelingen met mij.

Requiem voor een mus. Mijn avonturen als drummer in de Russische provincie.

---------------

Niet in Rusland, wel ongeveer in hetzelfde jaar.

Niet in Rusland, wel ongeveer in hetzelfde jaar.


Mannen van zekere leeftijd doen (op materieel gebied) grofweg twee dingen: ze kopen een motor of een drumstel. Ik rijd geen motor – trek uw conclusies.

De laatste tijd drijven mijn herinneringen - uit de eerste alinea valt af te leiden waardoor - regelmatig terug naar de tijd dat ik als drummer in bescheiden bandjes mijn beste beentje voorzette – en niet alleen in Nederland. Onderstaand stukje schreef ik voor het Utrechts Nieuwsblad. Het beschrijft een avond in Voronezj in de winter van 1981-1982. De versie die u hier leest is op een enkel punt aangepast. *)  

*****

Af en toe ga ik mee met bevriende muzikanten die in het bruiloftencircuit van Voronezj regelmatig een centje bijverdienen. Een beetje bruiloft kan in Rusland allang niet meer zonder een bandje, dat popmuziek ten gehore brengt.

Het zaaltje waar we ditmaal terechtkomen is overdag de kantine van een vleesverwerkende fabriek en ’s avonds is het er, ondanks uitvoerig gedekte tafels, niet echt gezellig. We ontdekken dat er tussen de grote dubbele ramen, door een spleet bovenin, een musje terecht is gekomen. Ze is onbereikbaar en gedoemd een langzame dood te sterven. Ze hopt onhandig heen en weer tussen de schedeltjes van de mussen die haar voorgingen. Af en toe fladdert ze een stukje op. We wijzen naar boven en moedigen haar aan. Maar het mag niet baten, de ruimte tussen de ramen is te klein om de vleugeltjes goed uit te kunnen slaan. We besluiten die avond een requiem voor haar te spelen.

Russen drinken veel, zeker op bruiloften. Ook mijn vrienden laten zich deze keer met een eigen voorraadje achter het podium niet onbetuigd. Tussen de nummers door wordt er stevig ingenomen en in de pauzes schuift men aan bij de bruiloftsgasten om broederlijk me te toosten op het geluk van de jonggehuwden.

Tijdens de tweede set worden de gevolgen zichtbaar. De band zakt langzaam weg in dronkenschap, daarbij gelijke tred houdend met de bruiloftsgasten. De bassist doet een stapje opzij en valt van het podium, bovenop een bouwvallige versterker. Ik zie vonken. Ik speel mee tijdens Hotel California. De vaste drummer hangt om m’n nek en probeert me uit te leggen welke trommels ik moet raken. Veel keus heb ik niet meer. Het pedaal van de basdrum is allang doormidden en het vel van een andere trommel is sinds het vorige optreden nog niet hersteld. De andere muzikanten brengen er evenmin veel van terecht. Ze hebben de macht over hun snaren goeddeels verloren.

De vader van de bruid uit zijn ongenoegen over de muzikale wanprestaties. De dronken bassist ontsteekt hierop in woede. Ik trek hem opzij en probeer hem te kalmeren. Prompt valt hij me om de hals. Hij vertrouwt me toe dat ik ‘zijn lieveling’ ben en of ik met hem mee naar huis wil. De vaste drummer verzekert me dat ik ‘wel leuk’ speel, maar dat m’n linkerhand nog veel te zwak is. “Kom mee”, zegt hij en begint aan een privé-les, waarbij hij zo hard op het tafelblad slaat dat ik vrees voor zijn polsen. “Nu jij”, gebaart hij.

De derde en laatste set wordt door een van de gitaristen solo gespeeld. Halverwege krijgt hij ongevraagd steun van twee beschonken bruiloftsgasten. Ze kunnen nauwelijks een instrument vasthouden, maar hebben samen lol voor tien. Niemand schenkt enige aandacht aan hen. Gedanst wordt er allang niet meer.

Na afloop staan we met de apparatuur op straat. De band heeft geen eigen vervoer. Na twintig minuten vergeefs auto’s aanhouden, stopt er een stadsbus, op weg naar de garage. Voor tien roebel (bijna veertig gulden) mogen we de spullen inladen. In de eerste bocht valt alles om, de bekkens kletteren tegen de kaartjesautomaat. Het schiet me te binnen dat we vergeten zijn het requiem te spelen voor onze mus.

*****

*) Het artikel schreef ik in 1985 voor mijn column MOSKVA, op de opiniepagina van het Utrechts Nieuwsblad. De gehanteerde tegenwoordige tijd is dus geschiedvervalsing, de beschreven avond was drie jaar eerder. In de krantenversie staat in de eerste alinea ‘Moskou’- en ook dat klopt niet. Het gebeurde allemaal echt in Voronezj, maar dat botste met de titel van m’n rubriek: MOSKVA. Waarmee ik dus twee keer zondigde tegen de ijzeren regel van Nico Scheepmaker: alles in een column moet waar zijn. Voor de rest van het stukje heb ik me aan die regel gehouden.  

En waarom ik voorlopig niet meer terug wil naar Voronezj, leest u hier.

Russische les met humor. Een cover van Queen van 30 seconden met een onverwacht einde.

------------------

Een simpele grap, beste cursisten, maar leerzaam. De melodie van het volgende filmpje is van Queen, bij de meesten van jullie vermoedelijk wel bekend. De drie ‘muzikanten’ hebben er een eigen tekst aan toegevoegd en die luidt:

Дороги в стране / Как машины в стране / Как и зарплаты, футбол, ЖКХ / и конечно, кино... In het Nederlands wordt dat: De wegen in het land / Net als de auto’s in het land / Net als de lonen, het voetbal en de gemeentediensten / en natuurlijk de film …

Tot zover niks aan de hand. Maar laten we eerst even luisteren:


Een grap wordt er niet beter op als je ‘m gaat uitleggen, maar dat doe ik toch maar even. Welk woord rijmt er op кино (kino)? Een woord dat niet netjes is, maar wel duidelijk? Precies: говно (govno), oftewel: stront. Met dat woord toegevoegd aan de tekst, wordt er gezegd dat de Russische wegen, de auto’s, het voetbal etc. k** zijn (vertalen van gevloek is altijd lastig, maar ik denk dat deze Nederlandse variant qua gevoelswaarde aardig in de buurt komt.)

Alleen, ‘govno’ wordt dus helemaal niet gezongen, net op tijd neemt Queen het over, met God knows … Wat qua eerste klinker en ook klemtoon precies overeenkomt met, juist, govno.

Mag ik ervan uitgaan, cursisten, dat jullie de betekenis van говно niet meer zullen vergeten? En dat jullie nu weten wat je moet antwoorden, wanneer een Rus je na de drie wedstrijden van zijn land op het WK vraagt wat je van het Russische voetbal vindt?

‘Weinigen zijn uitverkoren’… Het tweede deel van Aleksej Ivanovs imposante epos over Siberië.

--------------

Een Russische literaire prijs gaat Aleksej Ivanov niet krijgen voor zijn machtige en omvangrijke epos over Siberië ten tijde van Peter de Grote. Hij wenst niet genomineerd te worden. Enkele maanden geleden verscheen deel 2, Тобол. Мало избранных (Tobol. Weinigen zijn uitverkoren), een waardig vervolg op deel 1, Тобол. Много званых (Tobol. Velen zijn geroepen). Prachtig en meeslepend, schreef ik eerder over het eerste deel, en die woorden gelden ook voor deel 2. Maar een literaire prijs? Nee, helaas. Ivanov weigert nominaties, omdat eerdere boeken van hem werden genegeerd en hij niet mee wenst te draaien in de ‘literaire kringetjes’ waar volgens hem alles wordt bedisseld. En dat is jammer, want zo’n prijs – en dat Ivanov met Tobol een prijs zou winnen kan niet anders – zou een mooie publicitaire steun in de rug zijn voor de Nederlandse vertaling, waar serieuze plannen voor zijn.

In Rusland heeft Ivanov geen prijzen meer nodig. Hij behoort tot de productiefste en succesvolste schrijvers van dit moment. Werk van hem wordt verfilmd, al werd in het geval van Tobol de omgekeerde weg bewandeld. Ivanov schreef eerst het scenario voor een – nog niet voltooide – achtdelige tv-serie en werkte dat daarna pas uit tot een omvangrijk boek: 1526 pagina’s verdeeld over de twee delen. Veel plezier aan die tv-serie heeft hij overigens nog niet beleefd. Hij brak met de regisseur, die naar zijn idee het script op stompzinnige wijze versimpelde, en Ivanovs naam zal niet te zien zijn in de aftiteling. De onenigheid zorgde voor vertraging bij het schrijven van Tobol. Weinigen zijn uitverkoren, dat een half jaar later verscheen dan gepland.

Wat de verhaallijn betreft was er geen reden om Tobol in twee delen te laten verschijnen. Dat is alleen gedaan om het de uitgever en ook Ivanov zelf makkelijker te maken. De lezer gaat in deel 2 meteen verder waar hij gebleven was. De plot blijft even ingenieus, met draadjes die worden uitgerold en in elkaar gehaakt, met deels historische personen die verspreid over Siberië hun avonturen beleven, met wel als basis de stad Tobolsk, gelegen aan de rivieren de Tobol en de Irtysj. Ivanov toont zich daarbij over de volle lengte van het boek een meester: nergens worden al die draadjes een onontwarbare kluwen – hooguit staan de pagina’s waarop veldtochten uit vroeger eeuwen van Aziatische indringers even worden samengevat wel erg vol met vreemde namen.

Fanatieke oud-gelovigen, Zweedse krijgsgevangen, Russisch voetvolk, missionarissen, handelaren uit Boechara, de architect Remezov en zijn familie, gouverneur Gagarin, het lot van ieder is verweven met dat van de anderen. Met de Siberische tajga als decor jagen zij op geluk, roem en rijkdom. En als een schaduw hangt boven dat alles Peter de Grote, die als een tiran met veel te weinig tijd fanatiek grip probeert te krijgen op zijn uitdijende rijk. Bij de verovering van Siberië ging het vooral om de bonthandel. Die was indertijd net zo onmisbaar voor de overheid als olie en gas dat tegenwoordig zijn. De funeste invloed van de lucratieve bonthandel op de kwaliteit van het bestuur loopt als een rode draad door Ivanovs boek. Het is diefstal en corruptie alom en de trucs die worden uitgehaald voor persoonlijk gewin, vormen prachtige leesstof. Ivanov schuwt daarbij de grotere historische conclusies niet. Bijna laconiek schetst hij de kwalijke gevolgen van de rijke bonthandel voor de Russische landbouw (die hoefde niet hervormd te worden, de staat was toch al verzekerd van inkomsten), om daarna weer verder te gaan met de kleurrijke avonturen van zijn hoofdpersonen – het zijn er velen.       

Het belang van het bont betekende overigens de redding van de inheemse volken. Die werden niet uitgeroeid (zoals de indianen in Amerika), omdat zij veel bedrevener waren in het vangen van marters, sabeldieren en bevers dan de Russen. Handel en belasting heffen waren duidelijk betere opties. Dat betekende niet dat er met de inheemse bevolking zachtzinnig werd omgesprongen. Er is genoeg, aldus Ivanov, waar de Russen berouw over kunnen hebben. In zijn boek Tobol spelen de jagers en vissers, met hun ‘primitieve’ verering van de natuur en hun aanbidding van talloze goden, een belangrijke rol. Daarbij ontbreekt bij Ivanov zelfs maar de suggestie van morele superioriteit van de Russische nieuwkomers.

De twee delen van Tobol hebben alles in zich van een nationaal epos, maar die status zal het boek volgens Ivanov niet krijgen. In een interview zegt hij: “… Rusland kent zichzelf niet en wil zichzelf niet kennen. Niemand zit te wachten op romans over de periferie van het land, want dat is niet het centrum, niet Moskou. Zolang de Russische regio’s geen volwaardig deel van het land zijn, zal de literatuur (en film) over hen gezien worden als iets exotisch en niet als een nationaal epos.” Dat heeft het succes van Tobol in Rusland niet in de weg gestaan; de twee delen zijn allang bestellers geworden.

De vraag die zich bij lezing onherroepelijk aandient is: in hoeverre klopt het verhaal in historisch opzicht? Heeft Ivanov er van alles bij verzonnen om het verhaal smeuïger te maken? Die verleiding moet op de loer hebben gelegen en helemaal is hij daar niet aan ontsnapt. “De belangrijkste drive voor een ervaren schrijver is zo te schrijven dat de eigen verzinsels de algemene structuur van de geschiedenis niet kapot maken, dat geeft de grootste voldoening”, aldus Ivanov. Wie tijdens het lezen behoefte heeft aan enig historisch houvast: als een soort begeleidend boek bij Tobol verscheen Дебри. Россия в Сибири: от Ермака до Петра (Debri. Rusland in Siberië: van Jermak tot Peter). Daarin beschrijft Ivanov samen met Joelija Zajtseva in korte hoofdstukjes zonder enige opsmuk de geschiedenis die als basis diende voor het boek Tobol. De maliënkolder van Jermak, de vergeten stad Mangazeja, architect Remezov, het sjamanisme, de soldaten, de avonturiers… ze komen allemaal nog een keertje voorbij, in afgeslankte vorm. Debri telt 437 pagina’s.

En om af te sluiten: In september reis ik af naar Tobolsk. Wie de twee delen van Ivanovs Tobol heeft gelezen, moet een keer aan de oever van de Tobol en de Irtysj hebben gestaan en het kremlin van de stad, gebouwd door Semjon Remezov, met eigen ogen hebben aanschouwd.

----------

Recensies en interviews: hier, hier, hier, hier, hier. Mijn stukje over deel 1: hier.
Kijk uit, het filmpje hieronder verraadt het een en ander van de afloop van het boek.

Leidraad voor Russische trollen na de moord op Arkadi Babtsjenko. De voorspelbare reacties van Rusland.

---------------

Aanvulling: Ik kan niet ontkennen dat ik me een beetje in m’n hemd gezet voelde, nog geen etmaal na de berichten over de moord op journalist Arkadi Babtsjenko. Die moord blijkt dus in scene te zijn gezet door de Oekraïense geheime dienst, met als doel de beramers van een echte aanslag te pakken te krijgen. Babtsjenko leeft gewoon nog. Er zullen nog heel wat woorden aan dit toneelstukje gewijd worden, en niet alleen positieve. Maar wanneer het inderdaad die echte aanslag heeft voorkomen, prima uiteraard. En verder heb ik, nooit bedreigd door, of zelfs maar in aanraking gekomen met, duistere krachten, en wonend in een land waar de bescherming tegen willekeur aanzienlijk beter op orde is dan in Rusland, bij zoiets bizars nauwelijks recht van spreken.   

Hieronder het ongewijzigde stukje zoals ik dat ik eerder vandaag plaatste, toen Babtsjenko nog 'vermoord' was. 

Gisteren is in Kiev journalist Arkadi Babtsjenko vermoord. Hij was een van de meest uitgesproken critici van het Russische bewind, van president Poetin en diens kornuiten, van Ruslands militaire inmenging in Oekraïne en de annexatie van de Krim. Babtsjenko was na bedreigingen uit Rusland naar Kiev gevlucht. Het maakte niet uit. Zoals filmmaakster Masha Novikova, die een korte documentaire over Babtsjenko maakte, vanmorgen bij Radio 1 zei: Rusland vindt je toch wel.

De reacties uit het kamp van de Russische overheid, van de Poetin-getrouwen, in de Russische media en op het internet zijn uit te tekenen. Dmitri Tsjernysjev (ontwerper, schrijver, blogger) deed dat vanmorgen op zijn blog alvast aan de hand van de reacties na de eerdere moord op politicus Boris Nemtsov. Alles zal zich nu, na de moord op Babtsjenko, volgens dezelfde lijnen afspelen, het draaiboek ligt klaar.

Na de moord op Nemtsov kregen de internettrollen vier opdrachten, aldus Tsjernysjev.

1. We moeten mensen naar de conclusie voeren dat de officiële machthebbers niets te winnen hebben bij de moord op oppositielid Nemtsov. Het is duidelijk dat het om een provocatie gaat.

2. We formuleren een negatieve houding tegenover vertegenwoordigers van de oppositie, die politieke punten proberen te scoren met de dood van een medestander.

3. We formuleren de mening dat Oekraïners betrokken kunnen zijn bij de dood van een Russisch oppositielid.

4. We bekritiseren Westerse politici wegens inmenging in binnenlandse aangelegenheden van Rusland. Ze proberen de moord op Nemtsov te gebruiken om druk uit te oefenen op Rusland.

“Alles gaat zich nu herhalen”, schrijft Tsjernysjev. “De Overheid heeft hier niets bij te winnen. Dit is speciaal gedaan in de aanloop naar het WK voetbal. Het is allemaal de schuld van Oekraïne. Dit is een provocatie tegen Rusland. Wij waren het niet, maar dit zal gebeuren met elke verrader.” Vervolgens citeert Tsjernysjev de weinig frisse motorrijder Chirurg (een bijnaam, uiteraard), die regelmatig opduikt in de media met fel-nationalistische uitspraken: “Aanstichters van Russofobie, jullie die dat allemaal doen, die Russofobie, ik zal jullie, ik richt me tot jullie – dit komt jullie duur te staan.”

Tsjernysjev: “Houd de koppen in de officiële media in de gaten.”

Ik moet terug naar Kazan, want ik had mijn reis niet goed voorbereid. (Tien foto's.)

-----------------

Het gebeurde me vorig jaar in Sint-Petersburg en nu ook in Nizjni Novgorod en (hierboven) in Samara: ik liep tegen een oefening aan voor de militaire parade van 9 mei. In Samara mochten de kinderen in de legerauto’s en op de tanks. 

Nizjni Novgorod. Hier waren geen voertuigen, maar het was net zo spannend.

Wals van de Overwinning staat er op het doek. Het was 8 mei, er waren in Samara al wat festiviteiten aan de gang en dit jongetje danste op een pittig oorlogslied. De enthousiaste man op de voorgrond had op die overwinning al een glas of wat gedronken.

-----------

Ik was op een zondag in Kazan, precies de ene dag waarop ‘s ochtends in het Tintsjoerina park de wekelijkse rommelmarkt wordt gehouden. Ik kocht er een 'kantelkalendertje', die laat je kantelen en dan valt de volgende datum in het venstertje. Aan de dag en de maand moet je draaien. Van de markt zelf is op de foto inderdaad niks te zien. Het Leninmonument werd een paar jaar geleden gerestaureerd. 
 

In het Dinamo stadion van Nizjni Novgorod was een sportdag gaande van verschillende internaten in de stad. Deze vier moedigden hun ploeggenoten aan die de 300 meter aan het lopen waren.

 

Aan het begin van de Baumanstraat in Kazan probeerde deze man wat bij te verdienen met bloemen uit eigen tuin. Ik zie nu pas die krant onder zijn arm. Dat de kou niet optrekt, natuurlijk.

 

Ook aan de Baumanstraat staat de kerk waar Fjodor Sjalapin werd gedoopt, de Epifaniekerk. De ingang zit aan de ‘achterkant’, dat wil zeggen: niet aan de straatzijde. Er kwamen af en toe wat mensen voorbij, dit jongetje was de enige die de plas verkoos als route.

---------------

Op het pleintje naast de Hemelvaartkerk aan de Ilinskistraat in Nizjni Novgorod. Of het een kruiswoordraadsel of een sudoku was, weet ik niet.

-----------------

Op 9 mei, wanneer overal in Rusland het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht en gevierd, was ik in het dorpje Rozjdestveno, aan de Wolga. Op het dorpsplein waar de plechtigheden plaatsvonden, ging de verkoop gewoon door. 

 

Ik moet terug naar Kazan, want ik heb niet goed op lopen letten en was ook nog eens slecht voorbereid. Uit de stadsbus zag ik een kerk en een kerkhof voorbijkomen en ik dacht: laat ik daar eens een kijkje gaan nemen. Ik zwierf rond op wat deels een van de mooist vervallen en verlopen kerkhoven ter wereld moet zijn. Soms kon ik niet verder, omdat ik tegen een ondiep ravijn aanliep of omdat er bomen over het steeds smaller wordende pad lagen. Die hadden in hun val een paar grafstenen omgegooid en/of wat grafhekje geplet. Het graf hierboven stond boven aan zo’n ravijn. En nu ben ik vergeten te kijken van wie die witte kop is. Geen idee dus wie daar ligt. En terug in Nederland ontdekte ik dat Vasili Stalin - de zoon van - op dit kerkhof ligt … Die heb ik dus gemist, want wist ik veel van die begraafplaats. Ik kwam thuis nog tal van mooie foto’s tegen van allerlei stenen en monumenten, van prachtig tot bizar, maar nu was het te laat. Ik moet dus terug naar Kazan. (Ik heb nog wel een foto gemaakt van het graf van een voetballer waar ik nog nooit van gehoord had, en daar schrijf ik misschien nog eens een stukje over, maar dat is natuurlijk klein bier vergeleken bij zoon Stalin. Die op voetbalgebied trouwens nogal wat fratsen op zijn kerfstok had staan, met zijn Dinamo - want vroeg of laat komen we altijd weer uit bij voetbal.)   

Aanvulling: Nou ja zeg! Blijkt de grafsteen van Vasili Stalin er nog te staan, op die begraafplaats in Kazan, maar zijn de stoffelijke resten verdwenen … Nee, daar is niks bovennatuurlijks aan, die zijn op verzoek van zijn dochter in 2002 naar Moskou overgebracht, waar ze begraven zijn op het Trojekoerovski kerkhof, naast zijn vrouw.

Hier ziet u links de grafsteen in Kazan, waardoor ik dacht: ik moet terug naar Kazan. In de gauwigheid was mij op de foto, bij het schrijven van bovenstaand stukje, de mededeling onder aan de steen ontgaan, dat de stoffelijke resten tegenwoordig dus in Moskou een rustplaats hebben gevonden (zie de foto rechts). Enigszins curieus wel, om dan die steen te laten staan. De drang om nogmaals naar Kazan af te reizen, is nu in elk geval een stuk minder.

Het is volbracht. In Samara nam ik plaats op de vip-tribune van het Dinamo stadion. (En ging ik ook die kerk binnen.)

---------------

De Pokrovski kathedraal voor de renovering.

Het is volbracht. Ik nam plaats op de vip-tribune van het nog net niet volledig vervallen Dinamo stadion van Samara. Daarmee deed ik een belofte gestand uit twee eerdere stukjes (zie hier en hier) en was de belangrijkste opdracht voor mijn reis naar Nizjni Novgorod, Kazan en Samara uitgevoerd. 

Het enige wat een beetje knaagt: het ging alles bij elkaar wel érg makkelijk. Ik had me met enige voorpret voorbereid op een dicht hek en een moeizame discussie met een verveelde bewaker, die ik dan uiteindelijk zou winnen, maar niets van dat alles: de deur van het gebouw aan de Lev Tolstojstraat stond open en de vrouw die binnen de boel bestierde, wees me meteen de weg naar het veld: die trap af en dan naar rechts.

De lokale elite op de vip-tribune ...

... en uw verslaggever.

En daar stond ik dan, in het Dinamo stadion, gebouwd met Duitse krijgsgevangen, waar bij de openingswedstrijd op 3 september 1948 zo'n 20.000 toeschouwers zagen hoe de lokale trots Krylja Sovetov (Vleugels van de Sovjets) Dinamo Kiev met 1-0 versloeg. Er waren wat jonge atleten aan het trainen, een eind verderop stond een eenzame figuur - ik vermoed een bokser - touwtje te springen. 

Toen ik vorig jaar besloot dat ik plaats zou gaan nemen op de vip-tribune, waren er plannen voor een renovatie van het stadion. Of die er nog steeds zijn, weet ik niet, maar wat ik zag, deed me vermoeden dat hier geen redden meer aan is. ‘Vergane glorie’, zelfs daar doe je het historische bouwsel (ooit het belangrijkste stadion van de stad) te veel eer mee aan. Mijn hemel, die blauw-witte vip-tribune waar ik op oude foto’s verliefd op was geworden … Van een afstandje lijkt het misschien van steen allemaal, maar niks hoor. Het zijn dakplaten die de boel bijeenhouden. Ik wilde er graag nog wat nostalgie bij voelen, maar zelfs dat lukte niet meer.

Het oude hoofdgebouw aan de korte zijde (tegenover de ingang aan de Lev Tolstojstraat) zag er - ook van een afstandje - goed uit, maar dat ging dan weer grotendeels schuil achter een schutting. Het lijkt gerenoveerd. Zou er van binnen ook wat aan gedaan zijn? En heeft die kop van Lenin daar altijd gezeten? Of was dat eerst Stalin? En waar is die klok dan gebleven?  

Het hoofdgebouw in vroeger tijden met de klok boven op het puntdak.

Het hoofdgebouw achter de schutting ...

... met Lenin waar ooit de klok zat.

De toegangspoort aan de Lev Tolstojstraat heeft nog allure ...


.... de achterkant van de vip-tribune niet meer.


Ik ging - ik moest er eerst het stadion weer voor uit - maar eens een kijkje nemen bij de Pokrovski kathedraal, aan dezelfde korte zijde van het veld, die - jazeker - gerenoveerd wordt. De mooie koepels, te zien op de foto boven aan dit stukje, gingen schuil achter hout. De kathedraal stond er al lang, toen in 1947, zo’n beetje in de voortuin, het stadion werd aangelegd. Ergens moest hier het familiegraf zijn van de Sjichobalovs, kooplieden die, ver voor de revolutie, de bouw van de kathedraal mogelijk hadden gemaakt. Ik vond het - ook weer zonder enige moeite - drie meter bij de ingang van het kerkwinkeltje vandaan.

In de kerk was een dienst gaande. Vrouwen met hoofddoeken stonden her en der als kleine eilandjes verspreid over de ruimte. Er klonk een koor en telkens op een bepaald moment in de tekst - voor mij volledig onvoorspelbaar - sloegen de vrouwen (en een enkele man) een kruis. Mijn blik viel op een jonge vrouw met de gestalte van een hoogspringster. Waar anderen bij het slaan van weer een kruis een beetje vooroverbogen, raakte zij hups, zo uit stand, met de drie vingers de punt van haar schoen aan. Ik kreeg het vermoeden dat zij zo uit de kleedkamer van het stadion ernaast naar de dienst was gekomen. Of misschien was dit wel haar voorbereiding op de training. Toen ik weer buiten stond, viel het me plots op dat de kerkgebouwen blauw-wit waren geschilderd, de kleuren van Dinamo - maar dat zal toeval zijn.  

Het winkeltje. Het koepeltje is op de foto bovenaan nog net rechts zichtbaar. 
Op het graf staat:
KERKBOUWERS EN WELDOENERS VAN DE STAD SAMARA
ANTONI, JEMELIAN, MICHEJ, MATVEJ SJICHOBALOV