Lidija Majorova (1927-2008), ontwerpster van roebelbiljetten. Van Lenin tot Mavrodi.

(Eerste publicatie: 13-2-2009)

Heel vaak is er werk van haar door mijn handen gegaan, maar haar overlijden, op de laatste dag van 2008, was me ontgaan: Lidija Fjodorovna Majorova, etser. Van haar hand is onder meer de kop van Lenin op het oude biljet van tien roebel en de Kremlintoren op het briefje van vijf.

800px-SUR_10_1961_obverse.jpg
800px-Soviet_Union-1961-Bill-5-Obverse.jpg

In 1948, na haar opleiding, ging Lidija Majorova werken bij Goznak in Moskou, het bedrijf waar de Russische bankbiljetten en paspoorten vandaan komen. Ze ontwierp ook luchtigere zaken, zoals ansichtkaarten, postzegels en toegangsbewijzen voor theaters. Ze bleef bij Goznak in dienst tot haar pensionering in 1983.

26.jpg

Eerlijk gezegd had ik nog nooit van Majorova gehoord. Een berichtje over een kleine tentoonstelling, opgezet door haar dochter, bracht me op haar spoor. De tentoonstelling loopt sinds begin deze maand in ontspanningscentrum Rovesnik aan de Moskouse Mitsjoerinski Prospekt 27/1. Een site van het centrum trof ik niet aan. De openingstijden komen uit de Gele Gids: dagelijks van 09.00 tot 22.00 uur.

Majorova etste ook beeltenissen voor Oost-Duits en Mongools geld.

11.jpg

Gezien haar achtergrond bij Goznak is het wel hoogst merkwaardig dat Majorova ook de grootste Russische oplichter van na de oorlog heeft geportretteerd: Sergej Mavrodi, die met zijn frauduleuze investeringsmaatschappij MMM talloze Russen gouden bergen beloofde. Het zal na haar pensionering zijn geweest. Laten we hopen dat Sergej háár wel heeft betaald.

23.jpg

Het Rode Boek - staalkaart van bedreigde diersoorten in Rusland

(Eerste publicatie: 9-2-2009)

380.jpg

Ik schreef er al kort over een berichtje over de tijger van Poetin [is niet meer online] en ik zou er nog op terugkomen: het Rode Boek van Rusland. Daarin staan de bedreigde diersoorten van het land.

432.jpg

Het Rode Boek is een begrip voor iedereen die Russische kranten leest. Er wordt regelmatig naar verwezen, zoals recent nog in de berichten over het helikopter-ongeluk in de Altaj. Enkele hoge functionarissen hadden vanuit de helikopter op Argali schapen gejaagd en daarbij was iets heel erg misgegaan. Resultaat, naast de geschoten Argali schapen: verongelukte functionarissen. De Argali schapen staan in het Rode Boek.

Het Rode Boek is uiteraard op internet te vinden, helaas alleen in het Russisch. Maar de plaatjes zijn er niet minder mooi om, net als de namen. Had u ooit van de Kaukasische boskat gehoord? Van de Kamtsjatka marmot (marmota camtschatica)? Mijn favoriet: de rode wolf (bovenste foto).

De kans dat u dit beest in Rusland nog eens tegenkomt in het wild, moet klein worden geacht. Het Rode Boek deelt het arme beest in bij categorie 1, wat wil zeggen: praktisch verdwenen. Het kan overigens nog erger, categorie 0 = verdwenen. Verder heb je nog:

categorie 2 = afnemend in aantal

categorie 3 = zeldzaam

categorie 4 = onduidelijke status

categorie 5 = zich herstellende en zich hersteld hebbende.

(De liefhebber van de rode wolf weet het vermoedelijk al, voor de andere lezers citeer ik nog even ter geruststelling het Rode Boek: “Plant zich goed voort in vele dierentuinen”. )

064.jpg

Het Rode Boek bevat ook tal van wormen, slakken en insecten, die bij mij helemaal geen neiging tot bescherming oproepen. Het maakt het bladeren in het boek wel leuk, je vraagt je steeds af wat voor raar plaatje je nu weer te zien krijgt. (Voor wie het Russisch niet machtig is: naast elk plaatje staat achter Категория de categorie). En er is ook nog een afdeling met planten

391.jpg

Nu had ik nog iets willen schrijven over de Siberische tijger, want in het bestaan van dat beest blijkt de Nederlander Coenraad Jacob Temminck in 1844 nog een rol te hebben gespeeld. Dat komt een volgende keer. (Vijf jaar later moet ik tot mijn schande bekennen dat ik Coenraad Jacob Temminck straal vergeten ben. Ik hoop het binnenkort - echt! - goed te maken.)

Geen vergeving voor Arsjavin! Word niet meer verliefd op hem!

(Eerste publicatie: 8-2-2009)

Andrej Arsjavin, de nieuwe aanwinst van Arsenal, zat vanmiddag in de derby tegen Tottenham Hotspur op de bank, tot verdriet van de ware voetballiefhebber, tot tevredenheid van de ware communist.

We laten de communisten aan het woord. Al in december, toen de transfer van Arsjavin naar Engeland nog niet was afgerond, kreeg de kleine aanvaller onder uit de zak van het Centraal Comité van de Communisten van Petersburg en de Provincie Leningrad (KPLO):

“Sommige sportlui zijn hun patriottisme volledig kwijt, hun verantwoordelijkheid tegenover het Vaderland, hun dankbaarheid aan het land, ze hebben zich bezoedeld door een hang naar winst en comfort. Dat blijkt bij uitstek uit het gedrag van de getalenteerde speler van Zenit, Andrej Arsjavin… Voor altijd raakt jouw geestelijke band met moedertje Rusland verbroken, nooit zullen de simpele Russische mensen jou vergeven.”

Vorige week, nadat de overgang was beklonken, deden onze vrienden van het KPLO het nog eens dunnetjes over: “Arsjavin heeft zijn talent ingewisseld voor klinkende munt … Meisjes-supporters, ik roep U op om het de verrader betaald te zetten! Wordt niet meer verliefd op de slinkse Arsja! Schrijf de verdorven Sjava geen liefdesbriefjes meer, wacht hem niet op bij zijn auto, vooral omdat hij toch steeds minder in Petersburg zal zijn. Bijt op je tandjes en vergeet hem. Wij vinden echte helden voor onszelf – bescheiden, waardig, en niet iemand die bereid is om op z’n buik heel Europa af te kruipen op zoek naar valuta-biljetten!”

Zo horen we het graag. Meer is te lezen op http://www.kplo.ru/. Prachtige site.

hat.jpg

In de Goelag werden in Nederland gebouwde schepen gebruikt voor gevangenenvervoer

(Eerste publicatie: 6-2-2009)

De Dzhurma

Een van de indrukwekkendste boeken over de kampen van de Goelag is van Evgenya Ginzburg: Krutoi Marshrut, in het Engels verschenen onder de titel Journey into the Whirlwind.

Huiveringwekkend is haar relaas van haar gedwongen reis naar Magadan, voor een deel via de zee, in het ruim van een vrachtschip, omgeven en belaagd door criminelen. Vorig jaar ontdekte ik, dankzij het boek Stalin’s Slave Ships van Martin Bollinger, dat Evgenya Ginzburg vervoerd werd op De Brielle, een van oorsprong Nederlands vrachtschip. Het liep in 1920 van stapel in Vlissingen. Midden jaren dertig werd het met nog twee andere schepen verkocht aan Rusland, dat vervoer nodig had voor de talloze gevangen die vanaf Vladivostok nog verder getransporteerd moesten worden. De Brielle werd door de Sovjets omgedoopt in Dzhurma. In het ruim van de Dzhurma werden duizenden politieke gevangenen als Ginzburg naar hun ellendige bestemming vervoerd.

Tzouliadis-275x415.jpg

Nederlandse schepen in de Goelag … Ik stapte ermee naar Gerard Jacobs (schrijver van De goden hebben honger, over de Siberische kampen). Hij dook in de archieven van de Nederlandse scheepswerven en klopte aan bij de VPRO. Het resultaat is komende zondag en 15 februari te horen in OVT, het geschiedenisprogramma van de VPRO op Radio 1. (De eerste aflevering komt zondag aan bod in het tweede uur, vanaf ongeveer 11.20 uur).

Hier een interview met Martin Bollinger (Russisch).

Modeontwerper Joedasjkin maakt een nieuw uniform voor het Russische leger

(Eerste puboicatie: 5-2-2009)

De Russische soldaat wordt van zijn beenwindsels verlost. Ze vormden een vast onderdeel van zijn uniform, hij wikkelde er zijn voeten en onderbenen mee in en trok er zijn laarzen over aan. De beenwindsels of voetwikkels, de portjanki … een vertrouwd woord uit de talloze Russische oorlogsromans - verleden tijd. De laarzen worden trouwens ook geschiedenis.

Modeontwerper Valentin Joedasjkin kreeg de opdracht voor nieuwe uniformen. Zijn werk werd in Moskou gepresenteerd en premier Poetin behoorde tot de nieuwsgierigen. Het is de eerste grote verandering in het uniform sinds 1994. Volgens de specialisten – daar behoor ik niet toe – keren in de nieuwe kledij elementen terug van het vroegere Sovjet-uniform. Behalve dus die portjanki. Die worden vervangen door gewone sokken, de laarzen wijken voor heuse soldatenkistjes.

Ontwerper Joedasjkin gaf uitleg over de uniformen. Dat is tegenwoordig geen gewoon stikwerk meer, nee, dat gaat met nanomembraantechnologie. Zo’n uniform houdt de warmte beter vast en laat geen infraroodstalen door - wat misschien wel aardig is voor een nieuwe James Bond.

Op foto’s van de presentatie zien we Poetin en Joedasjkin samen. Het viel me op dat beiden in de tv-reportage van NTV niet samen in beeld komen. Poetin ontbreekt daarop zelfs geheel. Zou men op de redactie – of in de omgeving van Poetin zelf – misschien gedacht hebben dat Poetin in gesprek met de wat zijig overkomende Joedasjkin niet zo goed zou zijn voor het macho-imago van de premier? Het zou me niets verbazen, al moet ik wel zeggen dat de NTV-reportage de enige is die ik heb gezien.

O ja, er waren ook leuke modellen bij de presentatie.

En Valentin Joedasjkin heeft natuurlijk een eigen site.

Update: Gillis (een van mijn trouwe blog-volgers) stuurde me deze fraaie foto van een Hollandse soldaat met portjanki, beenwindsels/poeties/puttees):

image009.jpg

Uptdate: de plannen voor de nieuwe legerkledij zijn geschrapt! Arme Valentin. Zie hier.

Amerikaanse honkballers in de Goelag

(Eerste publicatie: 2-2-2009)

Op het eerste gezicht lijkt dit een normale foto: twee honkbalteams die zich voor of na de wedstrijd even laten vereeuwigen. Leuk voor later! Maar wacht even, kijk naar de shirtjes. Russische letters … Is er dan in Rusland ooit gehonkbald?

Ja zeker, door Amerikanen, die in de jaren dertig van de vorige eeuw de depressie in eigen land waren ontvlucht en in de Sovjetunie meebouwden aan het arbeiderparadijs. Ze namen hun nationale sport mee en organiseerden zelfs een echte competitie. De foto is gemaakt in het Moskouse Gorki Park. De jongens met de M op het shirt speelden ongetwijfeld voor een Moskouse ploeg, de jongens van ГАЗ (GAZ) waren vermoedelijk van de Горьковский Aвтомобильный Zавод, de Gorki Auto Fabriek. Arme jongens. Een paar later waren de meesten vermoord in de kelders van de KGB of rotten ze weg in de kampen van de Goelag. Dat was het lot van talloze buitenlandse (ook Nederlandse) ingenieurs en technici die hun beste krachten wilden geven aan het socialisme. Ze werden vermalen.

Historicus Timotheos Tzouliadis schreef een boek over de Amerikanen in Stalins USSR. Hij schat hun aantal op zes- à tienduizend. Ze werkten onder meer in Gorki (het huidige Nizjni Novgorod), waar volgens het Ford-procédé een autofabriek uit de grond was gestampt. Slechts een enkeling keerde in de jaren zeventig en tachtig naar huis terug.

Timotheos Tzouliadis: The Forsaken. (Penguin Press).

Recensies: hier en hier (Engels)

Tzouliadis-275x415.jpg

Het beleg van Leningrad - een reis in de tijd

(Eerste publicatie: 31-1-2009)

Afgelopen week, 27 januari om precies te zijn, was het 65 jaar geleden dat de Duitse omsingeling van Leningrad werd doorbroken. Aan het verschrikkelijke, negenhonderd dagen durende beleg van de stad was een einde gekomen.

Fotograaf Sergej Larenkov zette een aantal fotocollages op het net, die meteen overal op Russische sites opdoken. Begrijpelijk, de beelden zijn indrukwekkend en beklemmend. De meeste foto’s zag ik al veel vaker, maar door de vermenging met het huidige straatbeeld maak je plots een reis in de tijd. Het is minder makkelijk om de foto’s afstandelijk te bekijken.

Meer foto’s van Larenkov hier. Om de site van Larenkov zelf te bekijken, moet je je registreren.

Het sprintkanon van wielerploeg Katjoesja

(Eerste publicatie: 27-1-2009)

Dat wordt nog leuk met Katjoesja, de nieuwe wielerformatie die dit seizoen zijn opwachting maakt in het profpeloton. Het misverstand zal onuitroeibaar blijken: wie noemt zijn sportploeg nu toch naar een multiple rocket launcher!

De Russen introduceerden in de Tweede Wereldoorlog een nieuw raketsysteem. Op een vrachtwagen (vaak een Amerikaanse Studebaker uit het Land Lease-programma) kwam een installatie, die meerdere raketten tegelijk richting Duitse stellingen afvuurde. De Duitsers gaven het systeem een vrij vriendelijke bijnaam – Stalinorgel – maar dat hielp niet veel. 

 

stud.jpg


De Russen kozen voor een andere bijnaam: Katjoesja, naar een geliefd oorlogsliedje dat de lotgevallen bezong van een zekere Katja, oftewel Katjoesja, het koosnaampje (nog altijd) voor iedere Russin die Katja heet. Ploegbaas Oleg Tinkov heeft zijn ploeg gewoon naar zijn vrouw genoemd (of naar zijn dochter, dan wel kleindochter, of vriendin, dat weet ik niet). En dus niet naar een raketinstallatie.

We vrezen echter dat menig journalist zich deze kans op een leuke woordspeling niet zal laten ontnemen. “Een verwoestend eindschot van Robbie McEwen, het sprintkanon van Katjoesja!” … Zo krijg je dat misverstand natuurlijk nooit de wereld uit.

Dat liedje Katjoesja mag er trouwens wezen. Het bestaat in talrijke uitvoeringen. Ik heb er een paar voor u verzameld:

- De min of meer officiële versie:

- Met labradors en Duitse herders:

- Een bijzonder schrijnend geval van kinderarbeid:

- De karaoke-versie, met de tekst in beeld:

- De Chinese versie, ook met tekst in beeld:

De wodka-versie en de technoversie mag u zelf opzoeken

Bij de dood van Dina Verni

(Eerste publicatie: 24-1-2009)

Ik kreeg een mailtje van Paul Alexander, kenner van Russische dievenliedjes (en trouwe volger van dit weblog): Dina Verni is overleden.

Paul hield enkele maanden geleden voor het Genootschap van Tolken en Vertalers een lezing over kamp- en dievenmuziek en vertelde daar over Dina Verni, die in 1925 met haar ouders de USSR verliet en in Parijs belandde. Daar werd ze model en muze van de beeldhouwer Aristide Maillol. Zij was 15, hij 73 toen ze elkaar ontmoetten. De laatste tien jaar van zijn leven was zij zijn levensgezellin.

Verni (ook wel geschreven als Vierny) kwam eind jaren vijftig weer in Rusland, juist in de tijd dat de kampen leegliepen. Ze verkeerde, ook bij latere bezoeken, onder kunstenaars, bohémiens en dissidenten en hoorde de liedjes die het kampleven bezongen. Ze leerde ze uit het hoofd en nam er in Parijs een LP van op. Die LP met 23 liedjes werd de USSR weer ingesmokkeld en werd daar een bijna bizarre rariteit. Paul: “Russische luisteraars konden niet geloven dat een chique dame uit Parijs met zoveel smart en passie in ruwe boeventaal over het dievenbestaan en het kampleven zong”.

Na de dood van Maillol in 1944 beheerde Verni diens vermogen en werk. Ze richtte een eigen, succesvolle galerie op. In 1995 kwam daar nog het Musée Maillol – Fondation Dina Vierny bij.

Paul Alexander vertelde dat zijn pogingen om met Verni in contact te komen, steeds op niets uitliepen. Op internet is weinig van haar te vinden. Hier een niet zo’n geslaagd filmpje met haar muziek op de achtergrond. 

Misschien dat haar overlijden aanleiding is om de LP uit de jaren zeventig opnieuw uit te brengen. Dina Verni werd 89 jaar.

6261595_dina_verny.jpg