Fietstocht door Russisch Karelië – Valaam was net niet te ver weg - 2

————————

“… kiezend voor de op het oog sterkste boomstammetjes halen we een voor een de overkant.”

—————————-

(Hier deel 1)

Valaam is niet het enige eiland op onze 300 km lange fietsroute. Vanuit het half vergane dorp Vladimirovka aan het Ladogameer maken we de korte oversteek voor een bezoek aan het kloostereiland Konevets. Dit deel van Karelië is niet onomstreden. Het werd in de Winteroorlog door de Sovjetunie veroverd op Finland, in de Tweede Wereldoorlog heroverd door de Finnen en na de oorlog weer door Moskou geannexeerd. Op de boot naar Konevets maak ik een praatje met de 78-jarige Finse Esteri Koljonen, die met haar kleinkinderen een reis maakt door haar geboortestreek. In 1944 moest ze vluchten uit Sakkola. Verbitterd is ze niet, maar het doet haar wel pijn om te zien hoe het gebied er na jaren Russisch wanbeleid aan toe is: “Er was vroeger veel  meer landbouwgrond in gebruik, veel velden liggen er nu verloren bij.” Volgens haar kleinzoon Pauli is ‘Karelië’ voor zijn generatie nauwelijks een issue: “Het zou veel geld kosten om hier weer iets van te maken. En stel dat we het terugkrijgen, wat doe je dan met al die Russen die hier nu wonen?”

De Finse Esteri Koljonen met haar kleinkinderen

Het Russisch-Orthodoxe klooster op Konevets werd na de Tweede Wereldoorlog eigendom van het leger. Dat woonde het volledig uit. Het kerkhofje (handig, met vier muren eromheen) werd een voetbalveldje. In 1991 kreeg de kerk het klooster terug. De restauratie verloopt langzaam, maar de kloosterbakkerij werkt in elk geval uitstekend. Met vijf warme broden verlaten we het eiland.         

En voort gaan we met onze tocht, rijdend op kaart, kompas en tegenstrijdige adviezen van de plaatselijke bevolking. Als het kan, pauzeren we voor de lunch bij een meertje. Op de eerste dag neem ik de gelegenheid te baat om me, tot aan m’n middel in het water, voor het eerst en het laatst in Karelië, te scheren. Daarmee scoor ik minpunten bij de groep, want zoiets doe je niet tijdens  een verblijf in de natuur. Dat krijg ik te horen op de laatste dag: “Toen je daarmee ophield, werd je één van ons.”

Op een steeds smaller worden paadje, waar opschietend gras en piepjonge boompjes het fietsen steeds lastiger maken, begin ik me ernstig af te vragen of we nu dan eindelijk toch echt verdwaald zijn. Want hoe lang geleden is het dat híer iemand gereden of zelfs maar gelopen heeft? Dat moet heel lang geleden zijn, concludeer ik bij het aanzien van de brug die plots voor ons opdoemt. Want wie waagt zich daar nog overheen? Nou, wij dus, maar – heel verstandig - niet met z’n allen tegelijk. De reisleider neemt zijn verantwoordelijkheid en beproeft de stevigheid van de constructie. Die lijkt het te houden en voorzichtig kiezend voor de op het oog sterkste boomstammetjes halen we een voor een de overkant. Nu, 25 jaar later, zou ik best nog eens willen gaan kijken hoe die brug het tegenwoordig vergaat, maar ik acht de kans vrij klein dat ik dat staketsel, indien nog ‘in tact’, terug zal kunnen vinden.

Dan, op 183 km van Sint-Petersburg, in het dorpje Koerkijoki, op een heuvel waar door de eeuwen heen drie kerken hebben gestaan (de laatste brandde in 1991 af), raken de gemoederen plots flink verhit. Het reisbureau dat de route heeft uitgestippeld, heeft zich een beetje vergist. Van hier naar Sortavala, waar we de boot naar Valaam willen nemen, is het geen 40, maar 80 kilometer. Dat trekken we niet meer, met deze hitte, op deze wegen. Er wordt geruzied. Hoe nu verder? Als een internationaal waarnemer houd ik me buiten dit binnenlands conflict. Ik wacht af en maak me ondertussen vooral zorgen over de bulten rond mijn enkels; welk gemeen insect heeft me daar nou toch te pakken gehad?        

Hier deel 3.

Fietstocht door Russisch Karelië – Valaam was net niet te ver weg - 1

————————-

Het was een leerzame tocht, in de zomer van 2001, met als belangrijkste les: voor improviseren ben ik niet in de wieg gelegd – een stuk minder dan veel Russen in elk geval. Ik had me aangemeld voor een fietstocht van een week door Karelië, 300 kilometer in totaal, en me daarmee toevertrouwd aan de organisatorische vermogens van een klein reisbureau in Sint-Petersburg. Die vermogens bleken beperkt, maar dat werd dus ruimschoots gecompenseerd door het improvisatietalent van mijn kleine groep reisgenoten, drie man uit Moskou en de rest uit Sint-Petersburg.

Ongenaakbare naaldbossen, uitgestrekte weiden, hitte, slechte wegen en wolken van muggen boven ieders hoofd, en aan het begin van elke dag onzekerheid over de te volgen route en dus ook over de plek waar we onze tenten voor de nacht zouden opzetten. Zeker was wel het einddoel: Valaam, het eiland in het Ladogameer met zijn befaamde klooster. Onzeker werd gaandeweg of we dat doel ook zouden bereiken. Het werd alles bij elkaar een prachtervaring, die ik beslist aan me voorbij zou hebben laten gaan, indien ik een en ander van tevoren had geweten.

Ik was ervan uitgegaan dat íemand van het reisbureau het parcours al eens had gereden, voordat het als all inclusive (met fietsen, tentjes en proviand) in de markt was gezet, maar dat bleek een naïeve gedachte. Op de avond voor ons vertrek, toen er een kennismakingsbijeenkomst was belegd, kwam er een kaart van Karelië op tafel, een ritueel dat zich de volgende dagen nog meerdere keren zou herhalen. Op de vraag van een van mijn reisgenoten “of dit traject wel kon kloppen”, had de reisleider geen duidelijk antwoord. We zouden het ter plekke wel zien, zo was de stemming.  

De volgende ochtend vertrokken we met een boemeltreintje naar het startpunt buiten de stad, waar een busje de fietsen, tentjes en het proviand had afgeleverd. Dat was goed geregeld. Wel was voor mij de fiets, ook met het zadel in de hoogste stand, twee maatjes te klein, maar met mijn Hollandse fietservaring liet ik mij daar niet door kisten. Dit tot opluchting van de reisleider, die, zo vertrouwde hij me een paar dagen later toe, zich over mij wel een beetje zorgen had gemaakt: zo’n buitenlander, en al wat ouder dan de rest, wist die wel waar die aan begon?

Nee, dat wist ik dus niet, maar dat gold nog meer voor een van de vrouwen in de groep. Die was vooral mee omdat ze weleens naar Valaam wilde. De stevige fietstocht die daaraan vooraf zou gaan, had ze wat te luchtig opgevat. Veel ervaring had ze niet, erg veel fietskilometers had ze nooit gemaakt. Op het eerste de beste weggetje met wat zanderige stukjes belandde ze met haar flink bepakte fiets langzaam opzij vallend in de berm. Zij (en niet ik) was duidelijk de zwakste schakel. Het zorgde voor irritatie en af en toe een vilein grapje. Ging het heuveltje op, dan stapte ze af – ook in de lichtste versnelling kon ze de glooiingen niet aan. Wij wachtten haar dan bovenaan de ‘beklimming’ op en had ze zich puffend, met een rood hoofd, lopend naast haar fiets bij ons gevoegd, dan stapten wij meteen op om weer verder te rijden. “Zo jongens, pauze is voorbij!” Dat vond ze niet leuk.

“Zo jongens, pauze is voorbij!”

Het eerste echte obstakel bleek een rivier zo breed als de Maas bij Maastricht, de Boernaja geheten, wat zoveel betekent als ‘de wilde’. Dat viel op die plek reuze mee, maar omdat er van een brug die hier ooit moest hebben gelegen, niet veel meer resteerde dan de fundamenten (“Dat ding is kapotgeschoten in de oorlog”, deelde iemand met kaplaarzen en een hengel ons vriendelijk mee), zaten we toch met een probleem. De hoop was geweest dat we zouden kunnen overvaren. Nu lag er wel een bootje aan de overkant, maar de kans dat de eigenaar, zo die al zou opduiken, ons een voor een zou willen overzetten, leek ons niet groot. Het werd een omweg naar een echt veer, 20 kilometer verderop, gelukkig grotendeels over asfalt. In een bocht van de Boernaja stuitten we op een vervallen bunker en het leek ons dat vanhier die brug aan puin was geschoten.

Bij de rivier de Boernaja. In het midden onze reisleider.

In de loop van elke middag werd de vraag actueel: waar brengen we de nacht door? Dat moest in de buurt zijn van water, anders konden we ons niet wassen en ook onze boekweit- of havermoutpap (’s ochtends zonder en ’s avonds met stukjes blikvlees) niet koken. Meertjes stonden op de kaart wel aangegeven, maar daar werd dan weer niet bij vermeld hoe de oever erbij lag. Ontdekten we ter plekke dat die te dicht begroeid was, dan moesten we verder. Op een van de heetste dagen werd onze tocht op die manier met heel wat kilometers verlengd, terwijl ik door mijn watervoorraad heen was. Ik had in een van de dorpjes die we waren gepasseerd niet genoeg flesjes water gekocht. Toen we dan toch eindelijk ergens onze tentjes hadden opgezet, bracht een regenbui verlichting: in een plastic mok ving ik voldoende water op voor een paar slokken.

Ondertussen hadden zich rondom mijn beide enkels een paar vreemde bulten gevormd.

Hier deel 2

———————-

Rusland in de 20ste eeuw - 13: Frankrijk – USSR – Frankrijk: de wonderlijke levensweg van Nikita Krivosjein (en Dina Verni)

———————

Nikita Krivosjein met de onderscheiding Heilige Prins Daniel van Moscow, II klasse (een onderscheiding van de Russisch-Orthodoxe kerk), 2019. CC BY-SA 2.0

Zeer aanbevolen voor wie geïnteresseerd is in de emigratiegolf uit Rusland/Sovjetunie in de 20ste eeuw, en dan vooral in de emigratie naar Frankrijk: het al wat oudere boek Дважды француз Советского Союза (Tweemaal Fransman van de Sovjetunie) van Никита Кривошеин (Nikita Krivosjein). Krivosjeins levensloop is niet typerend voor de emigranten van die tijd, en juist daarom boeiend. Hij wordt in 1934 geboren in Parijs. Zijn moeder was Rusland in 1919 ontvlucht over het ijs van de Finse Golf, zijn vader Igor verliet het land met troepen van generaal Wrangel. Vader Igor nam in de Tweede Wereldoorlog deel aan het Franse verzet, overleefde Dachau en Buchenwald en nam zijn familie in 1947 mee terug naar de Sovjetunie. Hij was niet de enige emigrant die zich door fraaie beloftes van Stalin een rad voor de ogen had laten draaien en ook niet de enige die na terugkeer in een kamp belandde. Voor Nikita was de emigratie (in zijn geval dus niet remigratie) naar de Sovjetunie, waar hij in Oeljanovsk kwam te wonen, traumatisch. Zelf werd hij gearresteerd, nadat hij in 1957 in een brief aan de Franse krant Le Monde had geprotesteerd tegen de Sovjet-inval in Hongarije in het jaar ervoor.

Tweemaal Fransman van de Sovjetunie is een verzameling van artikelen, interviews en biografische schetsen. Krivosjein laat onder meer zien hoe er in de tweede helft van de jaren vijftig in de kampen een soort kruisbestuiving plaatsvond tussen vooral vrij jonge politieke gevangenen, die na de dood van Stalin besmet waren geraakt met de hoop op grotere vrijheden. Nuttig om daarbij weer eens te lezen hoeveel Balten en Oekraïners daartussen zaten. Krivosjein doet er vrienden op voor het leven en blijft contact houden met onder meer geestelijken uit de Baltische republieken, die later zullen uitgroeien tot kerkelijke voormannen.       

Krivosjein komt na enkele jaren weer vrij en verdient in de jaren zestig ondanks zijn ‘verdachte’ politieke verleden vrij eenvoudig de kost als vertaler. Wanneer het Kremlin zich in de jaren zeventig wil ontdoen van een aantal lastpakken, krijgt hij het dwingende voorstel om terug te keren naar Franrijk. Hij arriveert in 1971 in Parijs, drie jaar later gevolgd door zijn ouders.

Als simultaantolk, onder andere bij de VN, houdt Krivosjein zich, in tegenstelling tot veel andere emigranten, financieel gezien prima staande. Hij is nauw betrokken bij de Russisch-Orthodoxe kerk en mengt zich in de niet altijd even fraaie richtingenstrijd, waarbij loyaliteit aan Moskou als schandvlek dan wel als verdienste wordt gezien. De Moskouse kerk is volgens hem aan het genezen en nadert het punt waarop zij kan worden gezien als “het verstand, de eer en het geweten van ons tijdperk”. Met die voorspelling zat hij er lelijk naast, gezien de steun die die kerk heeft uitgesproken voor de Russische inval in Oekraïne. En met nog een voorspelling zat Krivosjein mis. Hij meende dat emigratie voortaan alleen nog een economisch karakter zou hebben, de ‘echte’, politiek gedreven emigratie was  volgens hem voorgoed voorbij. De door de oorlog in Oekraïne in gang gezette golf aan Russische landverhuizers, op de vlucht voor mobilisatie en repressie, heeft hij – niet onbegrijpelijk – niet zien aankomen.

De uitgave die ik las stamt uit 2014. Een uitgave uit 2016 is hier te lezen.

———————

En dan is daar Dina Verni (1909-2009), misschien wel de opvallendste emigrant die in Frankrijk belandde, in elk geval de kleurrijkste. Ze kwam al een paar keer voorbij op dit blog, onder meer als vertolkster van Russische kampliedjes, waarmee ze tijdens haar bezoeken aan de USSR (inmiddels als Frans staatsburger) opzien baarde. Door dat laatste, en ook door haar steun aan non-conformistische kunstenaars in de Sovjetunie (ze hielp bijvoorbeeld Michail Sjemjakin het land uit), was ik erg benieuwd naar het boek Дина Верни. История моей жизни, рассказанная Алену Жоберу (Dina Verni. Geschiedenis van mijn leven, verteld aan Alain Jaubert). Helaas, dat viel nogal tegen. Dat zal vooral aan mij liggen; ik was vooral geïnteresseerd in haar bezoeken aan de USSR en haar kennissenkring daar, maar de gesprekken met Jaubert gaan vrijwel uitsluitend over de Franse kunstenaarswereld, waar – als favoriet model van beeldhouwer Aristide Mailloll – alle deuren voor haar openstonden. Wie benieuwd is naar die wereld, moet Verni’s boek zeker ter hand nemen (het verscheen in het Frans onder de titel: Dina Vierny. Histoire de ma vie racontée à Alain Jaubert). Bekijk onderstaand filmpje en u begrijpt waarom ik dolgraag meer over haar Russische kant had willen lezen. Dina zingt het kamplied Nachtmerries. (De indruk wordt gewekt dat zij zichzelf hier op gitaar begeleidt, maar dat is niet zo):

————————

In deze serie recensies en/of korte notities komen boeken aan bod die betrekking hebben op Rusland en de Sovjetunie in de 20ste eeuw. Misschien helpen ze het huidige Rusland beter te begrijpen. Waar ik nadrukkelijk aan toevoeg dat begrijpen iets anders is dan begrip hebben voor.

—————————

Poetin contra P. Diddy – Ruslands normen en waarden

———————

Vladimir Poetin, 2018. (Kremlin.ru, CC BY 4.0)

————————

Semjon Slepakov, die geweldige bard en grappige protestzanger – ik was hem te midden van al het oorlogsgeweld uit het oog verloren. Tot ik onlangs een liedje van hem kreeg toegestuurd, of zeg maar gerust: een lied, waarin hij weer ‘vrolijk’ tekeergaat tegen Ruslands opperhoofden. Met als hoofd-opperhoofd natuurlijk Vladimir Poetin, die zijn ondergeschikten laat weten dat ze maar beter kunnen blijven zitten waar ze zitten en ook maar beter hun bek kunnen houden.

Dat ‘bek houden’ is een vrij milde vertaling van не пидиди (ne pididi), de gebiedende wijs van een werkwoord dat u in geen enkel Russisch woordenboek zult aantreffen. Slepakov heeft het namelijk zelf bedacht, waarbij de naam van de bekende/beruchte Amerikaanse rapper Puf Daddy – ook bekend als P. Diddy – als uitgangspunt diende. Voegt u na de eerste twee letters van ‘pididi’ de leter ‘z’ toe (wat elke Russische luisteraar in gedachten automatisch doet), dan krijg je ‘ne pizdidi’. Ik ga hier verder niet in op de anatomische inslag die het werkwoord daarmee krijgt, en ook niet op de simpele wijze waarop ik bij deze gebiedende wijs voor een geslachtsverandering heb gezorgd, maar als vertaling zou je nu kunnen kiezen voor: niet lullen.

Overigens heeft Slepakov in 2022 Rusland verlaten en domicilie gekozen in Israël, wat me gezien de inhoud van zijn teksten erg verstandig lijkt.

Maar waarom nou P. Diddy, waar komt die opeens vandaan? Wel, die werd in september vorig jaar opgepakt wegens allerlei duistere activiteiten (mensenhandel, aanzetten tot prostitutie, verkrachting, afpersing). Voor Slepakov aanleiding om de normen en waarden van Amerika eens naast die van Rusland te leggen – maar dan wel gezien door de ogen van Vladimir Poetin. Het lied is ruim een jaar oud (P. Diddy werd inmiddels veroordeeld tot vier jaar cel), maar ik laat het u hier alsnog met veel genoegen horen. En zien, want de combinatie teks/beeld mag er wezen. Nog een klein detail. De eerste maten komen uit het lied С чего начинается родина (Waarmee begint het vaderland), dat vooral bekendheid kreeg in de uitvoering van Mark Bernes. 

Tekst en vertaling vindt u onder het filmpje. Met zoals altijd in dit soort gevallen de toevoeging: opmerkingen en suggesties zijn welkom, het is geen Russisch waar ik, ondanks talloze uren doorgebracht op Russische voetbaltribunes, volledig mee vertrouwd ben. (En voor een mooie uitleg - in het Russisch - over dat specifieke eufemisme pididi kunt u hier terecht.)                 

Я тут узнал что в Америке есть / Ik hoorde dat er in Amerika 
Известный рэпер Пидиди / een bekende rapper is, Pididi /

Он вытворял полнейшую жесть / Hij flikte totaal bizarre dingen
Был он преступности лидер! / Een topfiguur in de misdaad!

Женщин он бил ногами / Vrouwen schopte hij
Употреблял кокаин / Cocaïne gebruikte hij

И, стыдно сказать о подобном сраме / En, schaam me om het over zoiets schandalig  te hebben
Активно сношал мужчин! / Hij naaide volop mannen!

Еще приказал он убить Тупака / Hij beval ook nog Tupac te vermoorden
Этот мерзавец Пидиди / Die smeerlap Pididi

Хоть это и не доказали пока / Hoewel dat nog niet is bewezen
Но уже осудили в МИДе! / Hebben ze ‘m bij BZ al veroordeeld!

А также… что там? Напомни, Дим! / En ook .. hoe zat het ook weer, Dim? [Dim = Dmitri Peskov] А, вот! Приставал он к детям! / Oh ja! Hij viel kinderen lastig

Размахивал перед ними своим / Hij zwaaide voor hen z'n
Черным огромным… этим! / enorme zwarte … dinges heen en weer!

  • А звезды и даже политики / Sterren en zelfs politici
    Во всем потакали Пидиди / Zagen alles van Pididi door de vingers

    И вместо суровой критики / Ze veroordeelden ‘m niet scherp,
    Скакали с ним в голом виде / Maar sprongen naakt met hem in ’t rond

    Беонси, Уилл Смит, Эштон Катчер / Beyoncé, Will Smith, Ashton Kutcher
    Все приезжали к Пидиди / Ze kwamen allemaal naar Pididi

    Осуществлять у него на даче / Om bij hem op de datsja
    Круговорот хламидий! / Een rondje chlamydia te doen

    В общем, к чему про Пидиди / Maar goed, waarom wilde ik
    Всем вам решил рассказать я? / Jullie allemaal over Pididi vertellen?

    Чтоб каждый из вас наглядно увидел / Zodat ieder van jullie duidelijk ziet
    Куда их катится Запад / Waarheen dat Westen van hen afglijdt

    И пусть у них флоу качает / En hun flow swingt dan wel
    И более годный рэп / En hun rap is beter bruikbaar

    Но ценности их мельчают / Maar hun waarden verkruimelen
    И нету духовных скреп / En een geestelijk fundament hebben ze niet

    Не то что у нас в России / Dat is bij ons in Rusland anders
    Не пляшут здесь в голом виде / Hier dansen ze niet in hun blootje

    Здесь ценности есть святые / Hier zijn de waarden heilig
    И Богом посланный лидер! En is de leider door God gezonden!

    И люди живут прекрасно /En hebben de mensen een prachtig leven

    И нет никаких Пидиди / En zijn er helemaal geen Pididi's

    А, если вы не согласны / En zijn jullie het daar niet mee eens
    Сидиди и не пидиди! / Blijf dan zitten en lul niet!

    Иначе с вами случится  то / Anders gebeurt er met jullie
    Что с Бибером сделал Пидиди! / Wat Pididi deed met Bieber!

    В России нет извращенцев / In Rusland heb je geen perverselingen
    Как этот мерзкий Пидиди / Zoals die smerige Pididi

    Такое слыхали к примеру / Hebben jullie zoiets weleens horen zeggen
    Вы о Егоре Криде? / Over bijvoorbeeld Jegor Krid?

    У нас не влияет никто деструктивно / Bij ons heeft niemand een destructieve invloed
    На юное поколение / Op de jonge generatie

    И можно открыто и объективно / En kan je openlijk en objectief
    Здесь выражать свое мнение / Je mening geven

    Можно свободно критиковать / Je kan vrij kritiek leveren
    Геев и либералов / op homo’s en liberalen

    И этих… квадроёберов можно ругать / En die … quadroneukers mag je uitschelden
    [google: квадроберы / quadrobics] И прочих транссексуалов! / En al die andere transseksuelen!

    И проклинать пиндосов / En de pindosi [Amerikanen] vervloeken
    И осуждать Пидиди / En Pididi veroordelen

    Ну, а по всем остальным вопросам / En wat alle andere kwesties betreft
    Сидиди и не пидиди! / Blijven jullie zitten en lullen jullie niet!

    Хотите, вон, про Пидиди пидиди, а про меня не пидиди! / Je lult maar over Pididi, maar over mij lul je niet

    Кстати, у них там на Западе / Trouwens, bij hen daar in het Westen
    Может быть, вы не знали / Dat weten jullie misschien niet

    Если тебя уже сцапали / Hebben ze je daar eenmaal opgepakt
    То всё, поминай как звали / Dan is het gedaan met je

    Теперь проведет их Пидиди / Hun Pididi brengt nu
    За все свои преступления / Voor al zijn misdaden

    Жизни остаток на нарах сидя / De rest van zijn leven door op een brits
    Без шанса на искупление / Zonder kans om het goed te maken

    А если б у нас в России / Was die Pididi bij ons in Rusland
    Этот Пидиди попался / Tegen de lamp gelopen

    Направил бы он свою склонность к насилию / Had hij zijn neiging tot geweld
    На освобождение Донбасса / Aangewend voor de bevrijding van de Donbass

    Назад бы вернулся героем / Was hij teruggekeerd als held
    И сняли б с него обвинения / En was hij vrijgesproken

    И был бы Пидиди трудоустроен / En had Pididi een baan gekregen
    В школу учителем пения! / Als zangleraar op een school!

    А если б Пидиди опять изнасиловал / En had Pididi weer iemand verkracht
    Или убил кого / Of iemand vermoord

    Тогда бы он вновь защищать Россию / Was hij om Rusland te verdedigen weer
    Поехал на СВО / Naar de Speciale Militaire operatie gegaan

    И, кстати, возможность имеется эта / En die mogelijkheid heeft trouwens
    Не у одного Пидиди / Niet alleen Pididi

    Так что, если большого желания нету / Dus als jullie daar weinig voor voelen
    Сидиди и не пидиди! / Blijf dan zitten en niet lullen!

    Сидиди и не пидиди / Blijf zitten en niet lullen
    Ну, или литите отсюда туда и там сидиди пидиди! / Of vlieg daarnaartoe en ga daar zitten lullen!

    Ну что, сидиди? / Dus jullie zitten?
    Сидим, сидим! / We zitten, we zitten!
    И не пидиди? / En lullen niet?
    Мы не пидим! / We lullen niet!
    Вот так и сидиди! / Blijf dan maar zitten!
    Так и сидим! / We blijven zitten!
    Вы мне не пидиди? Jullie hebben niet tegen me zitten lullen?
    Мы вам не пидим! We lullen niet tegen u!
    Ну ладно, сидиди! / Goed dan, blijf maar zitten
    Ну ладно, сидим! / Goed dan, we zitten!
    Че вы там пидиди? / Wat zitten jullie te lullen?!
    Да мы не пидим! / We lullen niet!
    А то показалось вы что-то пидиди / Ik dacht dat jullie iets lulden
    но всё еще не сидиди! / en nog steeds niet zaten!
    [‘zitten’ kan ook in het Russisch ‘gevangen zitten’ betekenen]  
    Да, мы не пидим! / We lullen helemaal niet!
    Ну, молодцы! / Nou, goed zo!
    Мы тихо сидим! / We zitten stilletjes
    Ну вот и прекрасно! / Mooi, geweldig!
    Вот так и сидите! / En blijf maar zitten!
    Так и сидим! / We blijven zitten!
    И не пидиди! / En niet lullen!
    Ну мы ж обещали! / Dat hebben we toch beloofd!
    Вообще не пидиди! / Gewoon niet lullen!
    Совсем не пидиди! /  Helemaal niet lullen!

    Вот так идеально, Прям то что надо / Perfect zo, helemaal goed
    И музыку выключите пожалуйста / En zet de muziek alstublieft uit
    Вообще замечательно / Helemaal geweldig..

Rusland in de 20ste eeuw – 12: Hoe we leefden in de USSR, het dagelijks leven in de jaren 70 en 80 beschreven en verklaard

———————-

Leningrad, Paleisplein (CC BY-SA 3.0 - FOTO:Fortepan)

————————

In deze serie recensies en/of korte notities komen boeken aan bod die betrekking hebben op Rusland en de Sovjetunie in de 20ste eeuw. Misschien helpen ze het huidige Rusland beter te begrijpen. Waar ik nadrukkelijk aan toevoeg dat begrijpen iets anders is dan begrip hebben voor.

———————-

Leuk vond ik dat altijd om te zien, in de stadsbussen van Leningrad. Er hingen apparaatjes waar je een paar kopeken in gooide, je draaide aan een grote knop en scheurde je kaartje af;  zelfbediening zonder controle. Wie ging zitten zonder een kaartje te kopen, diepte een abonnement op uit haar of zijn tas of jas en liet dat vluchtig zien aan de andere passagiers, zo van: ik rijd echt niet zwart hoor! Dat ritueel werd door de inwoners van Leningrad gezien als een teken van beschaving, daar stond men zich op voor.

Dit tafereel blijft onvermeld in het boek Как мы жили в СССР (Hoe we leefden in de USSR) van Дмитрий Травин (Dmitri Travin). Opvallend, want Travins boek loopt over van dit soort anekdotische details. Bovendien komt hij ook zelf (geboren in 1961) uit Leningrad en schrijft hij wel degelijk over het openbaar vervoer. Die aandoenlijke kaartjes-apparaten met hun grote knop noemt hij bijvoorbeeld wel.

Je zou zijn boek voor een langzaam maar zeker op leeftijd komende, voormalig frequent USSR-bezoeker (ondergetekende), een feest der herkenning kunnen noemen, een bad vol nostalgie, maar dat is wat Travin zelf beslist niet voor ogen had. Hij schrijft expliciet niet mee te willen gaan in het verlangen naar vroeger, toen ook in Rusland natuurlijk alles beter was, en ook evenmin een zwart beeld te willen schetsen van hoe erg het allemaal ooit was. Het resultaat: een evenwichtig, genuanceerd verhaal, dat prettig leest. Ja, met herkenning en nostalgie voor zijn leeftijdgenoten, maar ook zeer informatief voor wie die tijd niet heeft meegemaakt.     

Travin richt zich op de jaren zeventig en tachtig, die hij gezien zijn leeftijd – net als ik dus – goed kent. Met de dagelijkse hindernissen, opgeworpen door een economie die niet vlot kon inspelen op het groeiend verlangen naar simpele luxe en comfort. Met defitsit, rijen, blat (connecties) als de overbekende trefwoorden. Travin (econoom van beroep) laat zien hoe de burger zijn weg wist te vinden, de hindernissen wist te omzeilen en er zelfs voldoening aan ontleende – wanneer het bijvoorbeeld gelukt was om een paar schoenen van buitenlandse makelij op de kop te tikken of toegang te krijgen tot een veelgevraagd arts. Geld speelde daarbij nauwelijks een rol, het was vaker een uitruil van gunsten en diensten. Werkte je in een boekwinkel, dan kon je een arts paaien door een veelgezocht boek voor hem apart te leggen. Was dit nog min of meer legaal, dat gold zeker niet voor de zwarte markt die bijvoorbeeld bloeide rond kazernes in afgelegen gebieden. Die kazernes werden beter bevoorraad dan de omliggende stadjes en dorpen, wat het militair personeel volop de gelegenheid bood om voedsel en andere zaken, bestemd voor de soldaten, buiten de muren te gelde te maken. Goed ook om weer eens die onvoorstelbare ‘landbouwcijfers’ te zien: de kleine stukjes privé-grond die gebruikt mochten worden voor eigen verbouwing besloegen 3 procent van de totale oppervlakte aan bewerkte grond en waren goed voor 64 procent van de aardappeloogst en 33% van de groenteproductie.      

“Schoeisel”. Moskou, 1988

Travin beperkt zich niet tot de micro-economie, hij legt de diepere structuren bloot en laat zien waarom de Sovjet-economie eenvoudigweg niet efficiënt kón zijn. Het spel beschrijvend tussen ministeries, bedrijven en lokale partij-afdelingen, wederzijds van elkaar afhankelijk, relativeert hij het begrip ‘commando-economie’.  

Wat het geestelijk leven betreft richt Travin zich vooral op films. Het werk van de ‘generatie van de jaren zestig’ noemt hij een cultureel wonder, qua betekenis vergelijkbaar met de Russische literatuur uit de 19de eeuw. Daar zet ik een heel groot vraagteken bij, maar het levert wel een reeks suggesties op; films, allemaal (de meeste in elk geval – ik heb het niet gecheckt) terug te vinden op internet. Travin geeft bij elk een toelichting die de kijker van nu helpt begrijpen waarom een bepaalde film binnen de context van toen belangrijk was. Eén suggestie heb ik opgevolgd: ik keek Белое солнце пустыни (Witte zon van de woestijn) van regisseur Vladimir Motyl, een kassucces indertijd. Ik vond er weinig aan, maar volgens Travin liet het succes van  deze ‘Sovjet-western’ overduidelijk zien dat de bioscoopbezoekers uitgekeken waren op propaganda-achtige films en veel liever Westers getint vermaak voorgeschoteld kregen. Dat wetende, kijk je nu toch net iets anders naar zo’n film.

Mijn favoriete Sovjet-film Herfstmarathon blijft niet onvermeld. Wat ik niet wist – Travin haalt het aan bij een beschrijving van de tekorten in de USSR: de Duitse journalist Norbert Kuchinke, die een hoofdrol speelde in de film, stuurde regisseur Georgi Danelija hoogstnoodzakelijke medicijnen toen deze later ernstig ziek was. Er kwam nog een hooggeplaatste KGB-generaal aan te pas om de medicijnen door de douane te krijgen.

Herfstmarathon. Vlnr: Jevgeni Leonev, Norbert Kuchinke, Oleg Basilasjvili

———————

De Literatoernaja Gazeta van 16-12-1981

Ondergetekende speurend (toen nog met woordenboek) naar een onderwerpje voor het Utrechts Nieuwblad

Ik moet uitkijken dat ik me hier niet verlies in allerlei nostalgische details, maar ik vond het toch wel erg leuk om bij Travin de rubriek Als ik directeur was uit de Literatoernaja Gazeta tegen te komen. Uit die rubriek putte ik regelmatig, wanneer ik, aan het begin van mijn journalistieke carrière, op zoek was naar een onderwerpje voor mijn column Uit Moskou in het Utrechts Nieuwsblad. (Die rubriek verzorgde ik overigens vanuit mijn kamer aan de Herenstraat in Utrecht. Ik ontving daar de Literatoernaja Gazeta, Ogonjok, de Pravda en de Izvestija keurig per post, op kosten van het Utrechts Nieuwsblad.)

En, nou ja, vooruit, nog eentje dan. Het legendarische Café Saigon in Leningrad (hoek Nevski Prospekt / Vladimirski Propekt – ik was er nooit) verkocht geen bier. Wie toch dringend een toilet nodig had, schrijft Travin, ging naar restaurant Moskva (“dichtbij, maar vies en tegen betaling”) of naar het restaurant van het Nationale Theatergezelschap (“schoon, gratis, maar aan de overkant van de straat”). Toegegeven, het was later, in de jaren negentig, maar wanneer ik weer eens uren niet ver van Saigon in de leeszaal van de Poeblitsjnaja Biblioteka had gezeten en het langzamerhand tijd was voor toiletbezoek, koos ik voor een vergelijkbare route, ik ging naar Hotel Europa: schoon, gratis, aan de overkant van de straat.      

Sovjet-ballen uit Tallinn voor in de kerstboom

—————————-

De Aleksandr Nevski Kathedraal in Tallinn (foto: Egbert Hartman)

———————-

Reisverslag, deel 4. Hier deel 1, deel 2 en deel 3.

Ik moet dat natuurlijk niet doen, ik moet dat gewoon laten, maar wanneer Sint-Petersburg ter sprake komt, word ik soms opmerkelijk pedant. Dat overkwam me weer toen ik in Tallinn in de Rüütel & Matilda - English Bookshop, in het oude centrum van de stad, onze eigen Jan Brokken zag liggen, zijn Baltische Zielen in een Engelse vertaling. Ik maakte een praatje met de mevrouw van de winkel (het zal Matilda zijn geweest) en wees haar op Brokkens boek. “Is wel een goede schrijver, hij heeft ook over Sint-Petersburg geschreven. Maar in dat boek zaten wel wat foutjes.” (Verkeerd metro-station, Poesjkin Huis-Museum op het verkeerde deel van de Mojka – dat werk.) Matilda had Baltische Zielen niet gelezen. Ik ook niet, maar ik zei dat ze dat zeker moest doen, want ik had opeens het gevoel dat ik Jan Brokken moest verdedigen. Ik liet zijn Baltic Souls desondanks links liggen. Wat ik wel kocht was een editie van Le Petit Prince in het Ests, voor mijn nichtje, want die verzamelt dat boek in alle mogelijke talen en dialecten. Wat ik een beetje vreemd vind; ik ben er meerdere keren in begonnen, maar ben nooit verder gekomen dan pagina 5.

Een dag later verlegde ik mijn koers. Het had me niet moeten verbazen (je hoort in Tallinn veel Russisch om je heen), maar ik keek er toch van op: een grote boekwinkel in een moderne shopping mall buiten het centrum, met alleen maar Russische boeken. Ik vermoedde meteen dat ik hier geen bijzondere vondsten zou doen, het oogde allemaal té strak georganiseerd, en er werd toen ik binnenkwam ook nog eens – nooit een goed teken in een boekwinkel – vrij fanatiek gestofzuigd. Mijn vermoeden klopte. Van het lijstje dat ik de verkoopster na vergeefs speuren overhandigde (“dat zijn erg specifieke titels”, zei ze), belandde alleen Голос из хора (Stem uit het koor) van Abram Terts op de toonbank. Ik zag nog een gloednieuwe uitgave liggen van Подарок молодым хозяйкам (Geschenk voor jonge huisvrouwen), het kleurrijke kookboek van Jelena Molochovets uit 1861. Vluchtig las ik de inleiding door en constateerde dat ik niet genoemd, noch geciteerd werd. Dat had best gekund, want een jaar of dertig geleden had ik ontdekt wanneer ze was overleden en waar ze was begraven, feiten die onbekend waren. Ik begon er niet over tegen de verkoopster, want mijn pedanterie kent grenzen.

Balti Jaama Turg

En toen, weer een dag later, belandde ik in heel andere sferen, vlak achter het station, in de Balti Jaama Turg, een grote hal met van alles. Ik had gehoord dat hier een soort rommelmarkt moest zijn. Het duurde even voordat ik, slenterend tussen vintage kleding en etenswaren, doorhad dat ik een verdieping hoger moest zijn. Maar toen was het ook raak. En meteen was daar ook die vertrouwde reflex: voetballertjes!

Ik was beland in een soort antiquariaat-in-het-kwadraat: kramen vol snuisterijen uit de tijd dat Estland nog een Sovjet-republiek was. Zou ik hier mijn kleine verzameling porseleinen voetballertjes uit de USSR  eindelijk weer eens aan kunnen vullen? Ik zag er eentje, maar die had ik al, en nog eentje, veel groter, maar die wekte mijn achterdocht. Het leek me imitatie-jaren-zestig en onderop ontbrak een merkteken van een fabriek. Ik vroeg het de verkoper en die wist het ook niet. Die had duidelijk geen verstand van porselein, en al helemaal niet van voetbal. Een verkoopster verderop in de hal vroeg ik ook weer naar voetballertjes. “Nee, moet je bij hem daar zijn” (ze wees naar het stalletje waar ik net vandaan kwam), “maar die zijn allemaal nieuw.”

Wat ik nog wel zag, waren de musicerende soldaatjes die bij mij thuis al jarenlang een prominent plaatsje innemen in mijn boekenkast. Aanschaffen hoefde dus niet. Gelukkig maar, want ze waren nogal aan de prijs: 80 euro per stuk! Want dat krijg je natuurlijk, met spulletjes uit een land dat steeds verder in het verleden ligt. Enigszins verrast was ik nog door de aanblik van Adolf Hitler (295 euro). Was het om voor een zeker evenwicht te zorgen, dat pal naast de Führer een mini-versie stond van dat enorme beeld dat in het echt hoog uittorent boven het gedenkcomplex in Volgograd, het vroegere Stalingrad? Dat was tenslotte de plek waar Hitlers ondergang een aanvang had genomen, en misschien was dat kleine beeldje naast zijn kop een soort waarschuwing.

Hitler liet ik staan. Waar ik wel mee naar huis ging, en wat het gebrek aan voetballertjes meer dan goedmaakte: drie kleine Sovjet-voetballen voor in de kerstboom! Mooier gezelschap voor mijn vier Ajax-kerstballen, de enige versierselen die ik tot nu toe heb toegelaten in mijn (kleine) boom, kan ik me niet indenken.       

—————————-

Het was een mooie afsluiting van mijn tocht langs Stockholm, Turku, Helsinki en Tallinn, die een verrassend aangename vervanging bleek voor mijn waarschijnlijk definitief tot het verleden behorende reizen naar Rusland. En volgend jaar, weer naar westerse delen van de voormalige USSR? Tartu, Narva, Vilnius?

Sporen in Helsinki van de Krimoorlog, Voronezj en Cornélie de Wassenaer

———————-

Oespenski-kathedraal, Helsinki (foto: Egbert Hartman)

—————————

(Reisverslag, deel 3. Hier deel 1 en deel 2

In Helsinki, na Stockholm en Turku de derde stop op mijn bescheiden stedentrip, werd me al snel duidelijk dat ik wat Russische boeken betrof, niet hoefde te rekenen op de reguliere winkels. Zelfs niet op de ontzagwekkende – qua vierkante meters – boekwinkel Rosebud, volgens de website My Helsinki “a quality bookshop where you’ll find thousands of great books”. Dat klopte wel, van die thousands of books, maar cyrillische letters kwam ik bij Rosebud niet tegen. Wat ik wel aantrof was Rien Poortvliet.

Hertjes van Rien Poortvliet

En dat terwijl er in de stad verder genoeg was dat wel herinnerde aan dat enorme buurland waar Finland zelf toch vrij langdurig deel van had uitgemaakt: veel gebouwen die zo uit Sint-Petersburg leken te komen, met als top of the bill, on, jawel, top of the hill de Oespenski-kathedraal. Voor de bouw van die kathedraal werden 70.000 bakstenen gebruikt van de vesting van Bomarsund, die kapot werd geschoten tijdens de Krimoorlog, waarover straks meer.

Bij Antikvariaati Hagelstam, op de hoek van de Fredrikinkatu en de Uudenmaankatu, dat er aan de buitenkant al veelbelovend had uitgezien, boekte ik wel een succesje: twee aardige boeken, in het Engels weliswaar, maar toch de aanschaf waard. Het eerste, verwarrend genoeg uit het Frans vertaald, was geschreven door een Nederlandse: A visit to St Petersburg, van Cornélie de Wassenaer. Cornélie (voluit: Marie Cornélie gravin van Wassenaer, vrouwe van Wassenaar, Lage, Twickel, Weldam en Olidam, Obdam, Spierdijk, Hensbroek, Wogmeer, Zuidwijk en Kernheim) reisde in november 1824 met Anna Pavlovna (echtgenote van Willem II) mee naar de Russische hoofdstad, waar het gezelschap zeven maanden zou verblijven. Het reisverslag heb ik nog niet gelezen, wie er al wat meer van wil weten, vindt hier wat fragmenten in het Nederlands, ingeleid door onder meer deze uitnodigende zin: “De freule Van Wassenaer Obdam was de enige die zich niet verheugde op de reis.”

Antikvariaati Hagelstam

En toen stond ik opeens met The prisoners of Voronesh in m’n handen, van een zekere David Inglesant. Nu zat ik zelf ook ooit zeven maanden vast in Voronezj, dus u begrijpt: dit boek móest ik wel aanschaffen. (Neemt u dat ‘vastzitten’ niet te letterlijk. Ik kon me er vrijelijk bewegen, we hadden ook vaak en vrolijk bezoek op onze studentenflat, maar de stad verlaten – we hebben het over 1981 – dat mocht niet.) David Inglesant maakte deel uit van The Royal Welch Fusiliers en werd krijgsgevangen gemaakt tijdens - daar is ie weer - de Krimoorlog. Zijn boek viel een beetje tegen. Ik had gehoopt op uitgebreide beschrijvingen van Voronezj, van bijvoorbeeld de levendige Grote Adelstraat (later omgedoopt tot Revolutieboulevard) of anders wel de Oud-Moskoustraat (later omgedoopt in Friedrich Engelsstraat – op nummer 10A zat de studentenflat). Inglesant schrijft in plaats daarvan vooral over de vele ongemakken tijdens de lange voettocht van de Krim naar Voronezj, met een hoofdrol voor luizen en vlooien. De stad, en dat wist ik niet, was een verzamelplaats voor geallieerde gevangenen, dat werden er zo’n tweehonderd in totaal. Even dacht ik nog: hé leuk, toen hij op de proppen kwam met a Dutch tailor, maar eerder in het boek had hij melding gemaakt van ‘Hollandse’ kolonisten in het zuiden, en dat waren gegarandeerd Duitsers. Dus misschien zat hij er met dat Dutch van die tailor ook naast.

Aardig is wel zijn beschrijving van een bijna uitbundige paasviering. Hij bezoekt een kerkdienst en is getuige van een kleurrijke processie. Helaas noemt hij de naam niet van de kerk. Zou het die ene zijn waar ook ik indertijd een paasviering meemaakte? Die was allesbehalve uitbundig. Er stonden vrachtwagens rond het kerkgebouw die slechts een smalle doorgang voor de kerkgangers openlieten. Ik kon als buitenlander ongehinderd doorlopen. Hoe de lokale bevolking werd bejegend (werden ze aangesproken, moesten ze hun paspoort laten zien, werden er namen genoteerd?), herinner ik me vreemd genoeg niet meer. Uitnodigend was het in elk geval allerminst.

Voronezj, 1981. (Niet de kerk van mijn paasdienst.)

Intrigerend is nog de begrafenis die Inglesant beschrijft van een Britse soldaat, op de begraafplaats bij een kerk. Welke kerk precies wordt ook hier niet duidelijk. De arme ziel wordt opgevoerd onder de naam Donohoe, hij had gediend bij de 4th Royal Irish Dragoon Guards. Niet echt genoeg gegevens om eens op zoek te gaan naar zijn graf. Wie toch een poging wil wagen en dan misschien eerst nog wat extra informatie wil inwinnen bij Britse militaire archieven: volgens een noot in het boek van Inglesant heette de soldaat niet Donohoe, maar Donoghue. Waar ik nog aan toevoeg dat de 4th Royal Irish Dragoon Guards in 1922 opging in de 7th Dragoon Guards (Princess Royal) om samen de 4th/7th Dragoon Guards te vormen. Wat er van de administratie over is van de 4th Royal Irish Dragoon Guards weet ik natuurlijk niet. Dat de diverse begraafplaatsen van Voronezj zich niet meer in de originele staat zullen bevinden, lijkt me in elk geval wel zeker, want de Tweede Wereldoorlog heeft er vrij stevig huisgehouden.

——————

Wordt vervolgd, want: op naar Estland! Waar ik ook soldaten aantrof, kleiner van formaat en mij welbekend, en daarnaast ook nog Sovjet-ballen en Jan Brokken.

Hier deel 4.